In het Nederlands Juristenblad is een bijdrage verschenen van Ans van Duijvendijk, getiteld “Waartoe is de Hoge Raad op aarde?”. De NJB-editie waarin het artikel is geplaatst, is een thema-nummer, getiteld “De Hoge Raad ondersteboven”. De andere bijdragen zijn van prof. dr. F. Bruinsma, “Jurisprudentie als rechtspolitieke besluitvorming”, prof. mr. F.B. Bakels, “Aan de vooravond van de derde van Bruinsma” en mr. A. Hammerstein, “De Hoge Raad ondersteboven”. Het artikel van Ans van Duijvendijk is een bewerking van de voordracht die zij hield tijdens het symposium dat op 11 december 2009 werd georganiseerd door de afdeling Civiel Recht van de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Leiden ter gelegenheid van het verschijnen van de 25ste editie van het BW-krant Jaarboek met als thema: ‘Het zwijgen van de Hoge Raad’. De centrale vraag van de bijdrage is of de Hoge Raad er is voor de beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechteenheid en rechtsontwikkeling, of ook voor de rechtsbescherming van het individu en de bewaking van de kwaliteit van de rechtspraak. Deze vraag is actueel in het licht van een voorontwerp van wet dat voorziet in de mogelijkheid om zaken ‘aan de poort’ weg te selecteren door cassatieberoepen niet-ontvankelijk te verklaren. Ans van Duijvendijk plaatst kritische kanttekeningen bij het voorgestelde verlofstelsel, omdat het thans voorgestelde selectiecriterium onduidelijk is en voor de rechtspraktijk onwerkbaar lijkt. Verder rijst de vraag of het stelsel niet op gespannen voet staat met het EVRM.
Publicatie: J. van Duijvendijk-Brand, Waartoe is de Hoge Raad op aarde?, NJB 2010, afl. 9, p. 553-560. |