17 oktober 2017

Vreugde der Wet – regels voor bestuurders in de zorg

Wetten, regels, codes en richtlijnen. Professionals in de zorg hebben soms het gevoel dat ze er mee worden overspoeld. De roep om minder regels klinkt al veelvuldig in de maatschappij, maar wordt ook in de zorg regelmatig aan bed, bad of bureau gehoord. Maar is dat terecht? Misschien kunnen regels ons ook helpen? Ze kunnen u, bestuurder in de zorg, helpen om de kwaliteit in de zorg te verbeteren, om de zorg veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht te laten zijn. Indien wetten en regels er in kunnen slagen om deze doelen te bereiken, moeten we ze dan niet omarmen? Wellicht. Het ligt alleen niet zo in onze aard om blij te zijn met regels.

Vreugde der Wet
Dat kan ook anders. Het jodendom kent een bijzondere feestdag: de Vreugde der Wet. Op 13 oktober is het weer Simchat Thora (Vreugde der Wet). Daarbij wordt uitbundig gevierd dat het Joodse volk de Thora (de Wet), zijn leefregels, ontvangen heeft. Dankbaar klinkt het besef dat men in één jaar de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse bijbel heeft mogen lezen. Direct daarna start men met een nieuwe cyclus, het lezen van 'de Wet' stopt dus nooit. In veel synagogen wordt dan vrolijk gedanst en gezongen en men gaat rond met de Thorarollen op de arm. Nu verwacht ik niet direct dat u dansend de Governancecode Zorg 2017 of de gedragsregels van uw beroepsvereniging openslaat. Maar er is wel reden tot enthousiasme. Veel regels en normen in de zorg hebben de bedoeling om bij te dragen aan goede zorg en slagen daar ook in. Dat geldt ook voor de Code.

Regels zijn (geen) regels
Zo zijn richtlijnen, standaarden en protocollen belangrijk voor de beroepsbeoefenaar. Zij gelden als handelingsinstructie voor professioneel handelen in de zorg. Ondersteunen de arts en helpen hem of haar om zorgvuldig te handelen. Daarbij wordt de arts door de maatschappij ook nog een bijzondere positie geboden om in het belang van de patiënt te kunnen functioneren: de medisch-professionele autonomie. Op grond daarvan is de arts zelf verantwoordelijk ten aanzien van zijn beroepsplichten. Maar al is er deze autonomie, toch kunnen de richtlijnen uiteindelijk ook door rechters als standaard worden gebruikt in het tuchtrecht. In beginsel bindt een richtlijn namelijk de
beroepsbeoefenaar. Maar, de beroepsbeoefenaar kan in een concreet geval, mits goed gemotiveerd, wel afwijken van de richtlijn en nog steeds handelen als redelijk bekwaam arts. Sterker nog, de Hoge Raad heeft als maatstaf gegeven dat een protocol voor een medische behandeling een richtlijn geeft die in beginsel in acht moet worden genomen, maar waarvan soms kan en in bepaalde gevallen ook moet worden afgeweken. De normen voor beroepsbeoefenaren in de zorg zijn daarmee op hun werk toegesneden. Ze geven ruimte, blijven in ontwikkeling, maar gelden ook als de standaard waar de arts niet autonoom aan voorbij mag gaan.

Maar geldt dat ook voor bestuurders in de zorg? Kennen zij ook op hun taken toegesneden regels die recht doen aan de complexiteit van zorginstellingen en de zorgmarkt waarin zij opereren?

Normen voor zorgbestuurders
De aandacht voor de kwaliteit van het bestuur en het toezicht in instellingen is de
laatste jaren toegenomen. Dat kwam voort uit verschillende incidenten waarbij falend bestuur en toezicht leidden tot een gebrek aan kwaliteit van zorg en veiligheid. Dat heeft mede aanleiding gegeven tot het verduidelijken van normen. Zo worden met de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen de regels voor bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen geüniformeerd met die van de NV en de BV. Dat brengt overigens geen wezenlijke wijzigingen met zich mee. De bestaande regels worden juist in de wet voor een ieder kenbaar vastgelegd. U moet goed besturen en de processen van uw instelling op orde hebben. De normen die op grond van de jurisprudentie nu al gelden, worden in belangrijke mate ook voor stichtingen in de wet vastgelegd. De stichting is de rechtsvorm waar de meeste zorginstellingen in georganiseerd zijn. Tegen zulke codificering kan toch weinig bezwaar zijn.

Uw eigen wetgever
Na verschillende incidenten kondigde de minister eind 2013 aan een wetsvoorstel goed bestuur in de zorg voor te bereiden omdat "er situaties zijn waar bestuurders en toezichthouders hun verantwoordelijkheid onvoldoende nemen". Later heeft zij echter afgezien van een specifieke wet voor goed bestuur. Nu zijn enkele bepalingen in dit verband verspreid over verschillende wetten: de Wkkgz, de WTZi, de Wmg, de Jeugdwet, het BW, de WNT en de Wmcz. Zoekt u even mee? Toch is het afzien van zo'n specifieke wet, die men ook als een behulpzame codificatie zou kunnen zien, verstandig. De normen van goed bestuur kunnen namelijk veel beter worden ingevuld met behulp van de Governancecode Zorg 2017. Met de Code is namelijk uitdrukkelijk gekozen voor zelfregulering in plaats van wetgeving. Deze zelfregulering door de sector wordt versterkt doordat er in de Wkkgz expliciet geen paragraaf is opgenomen over goed bestuur. U heeft dus als het ware een bestuurlijk professionele autonomie. Niet vergelijkbaar met de medisch-professionele autonomie van de beroepsbeoefenaar in uw instelling, maar wel ruimte voor invulling van de normen die passen bij uw instelling. Daarbij zijn de 7 principes van de Code de standaarden waar u niet aan voorbij mag gaan.


Het goede van de Governancecode Zorg 2017 ten opzichte van de vorige versie van de Code is dat zij minder directief is en minder zou moet leiden tot "afvinkgedrag". De opstellers schrijven: "Het zelfregulerende karakter van de Code vraagt van de overheid dat zij zorgorganisaties voldoende ruimte biedt om op eigen en adequate wijze invulling te geven aan de realisatie van hun  maatschappelijke doelstelling. Zelfregulering maakt het mogelijk om passend en actueel te zijn. Zelfregulering betekent ook zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de inhoud en naleving van de Code." Dit uitgangspunt van (aldaar: geconditioneerde) zelfregulering treffen we ook aan bij de Wkkgz.

Aan de slag!
Dus, u bent aan de beurt, u bent de wetgevende, de uitvoerende en misschien ook wel de controlerende macht. Zo kan regels maken nog eens leuk worden, denkt mijn jongste dochter! Maar zelfregulering is niet vrijblijvend. Er geldt een invoeringstermijn van 1 jaar om geheel aan de nieuwe Code te voldoen, dat jaar eindigt op 31 december aanstaande. Voor statutenwijziging heeft u nog tot einde 2018.

U bent waarschijnlijk al bezig, zo niet, dan moet u er snel mee aan de slag gaan.
Dat verlangen de maatschappij en uw branchevereniging van u. Heeft u het al op orde, dan mag u eind dit jaar een vreugdedans doen en volgend jaar weer aan de slag, want het lezen van de Wet stopt nooit.

Contact
Bent u nog niet geheel gereed voor een rondedans? Neem contact met ons op Wij helpen u graag op weg.

Download

Deze blog kunt u ook downloaden in pdf.