30 november 2017

Zonneparken en juridische aspecten

Dit artikel is verschenen in ENSOC Magazine van najaar 2017.

Zonneparken en andere grootschalige zonne-energieprojecten zijn sterk in opkomst. De aandacht gaat vaak uit naar de financiering en het rendement, maar de juridische randvoorwaarden zijn minstens zo belangrijk.

Bij (fotovoltaïsche) zonne-energieprojecten gaat vaak - terecht - de aandacht in de eerste plaats uit naar de financiering daarvan, het rendement dat zij kunnen genereren en de bijdragen die zij kunnen leveren aan de transitie naar een duurzame energievoorziening. Het juridische kader blijft nog wel eens onderbelicht. Dat is jammer, want dat kan nu juist de randvoorwaarden bieden voor een gezonde en solide financiering van zonne-energieprojecten en geeft ook een richting aan de verduurzaming van de energievoorziening. Deze bijdrage belicht enkele wezenlijke juridische noties bij zonne-energieprojecten.

Financiering

Zeker voor grootschalige zonne-energieprojecten is vaak externe financiering nodig. Financiers zijn er genoeg, maar zeker sinds de kredietcrisis zijn die niet scheutig met financiering zonder voldoende onderpand. Zij eisen zekerheidsrechten die zij kunnen uitwinnen als een debiteur een lening niet kan aflossen. Er zijn verschillende soorten zekerheidsrechten denkbaar. In de financieringspraktijk spelen de rechten van pand en hypotheek een hoofdrol. Het verschil tussen die twee is kortweg dat men een onroerend goed (registergoed) kan verhypothekeren, terwijl men en een pandrecht kan vestigen op alle roerende

zaken en vermogensrechten. Daarbij kunnen zaken bestanddelen - en dus onderdelen - vormen van andere zaken. Bij de financiering van zonne-energieprojecten kunnen deze uitgangspunten tot wezenlijke vragen leiden.

Bestanddeel

In de eerste plaats is relevant of het zonne-energieproject wellicht een" bestanddeel is van een andere zaak. Vormen  bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak van een huis daarvan een bestanddeel? Als dat zo zou zijn, zou je daarop geen apart pand- of hypotheekrecht kunnen vestigen, want de panelen zouden dan immers een bestanddeel zijn van een groter geheel. De huiseigenaar zou dan dus ook eigenaar zijn van de zonnepanelen, terwijl een ander die wellicht heeft geplaatst en betaald. Of een zonne-energieproject een zelfstandige zaak is, of een bestanddeel van een groter geheel, zal men van geval tot geval moeten toetsen. Er zijn daarbij wel enkele richtlijnen, zoals of de zonnepanelen zijn geïntegreerd in een groter geheel. Zonnepanelen in de vorm van dakpannen dienen niet alleen voor de productie van elektriciteit, maar zeker ook als dakbedekking. Zonder de dakpannen is een huis incompleet. Die dakpannen zouden dus bestanddelen zijn. Daarentegen zijn er goede argumenten te bedenken waarom zonnepanelen, die op een gebouw zijn geplaatst, die slechts dienen voor elektriciteitsproductie en die eenvoudig - zonder schade aan het gebouw - te demonteren zijn een zelfstandige zaak vormen.

Roerend of onroerend

Als het zonne-energieproject een zelfstandige zaak vormt, rijst voor de financiering de vraag of dat roerend of onroerend is. Afhankelijk van het antwoord op die vraag kan men als zekerheid voor de financiering op het project immers een pandrecht

of een hypotheek vestigen. Ook hier geldt geen keiharde regel en zal men van geval tot geval aan de hand van verschillende criteria moeten nagaan of het zonne-energieproject roerend of onroerend is. Een wezenlijk criterium is of het zonne-energieproject bedoeld is om 'duurzaam ter plaatse te blijven. Met andere woorden: is het project slechts voor een bepaalde periode aangelegd of voor onbepaalde tijd? Hoe het zonnepark is aangesloten op het elektriciteitsnet kan hier mijns inziens ook een indicator zijn. De opkomst van grootschalige zonne-energieprojecten is relatief recent. Er is dan ook nog geen richtinggevende rechtspraak. Wel heeft de rechtbank Gelderland al eens uitgemaakt dat een - groot - zonnepark onroerend is. Die uitspraak deed de rechtbank echter in een belastingzaak. Een civielrechtelijke uitspraak over de kwalificatie als onroerende zaak is dat dus niet.

Voor zover het zonne-energieproject onroerend is, ligt nog een risico op de loer: natrekking. Het zonne-energieproject kan worden nagetrokken door bijvoorbeeld de grond waarop het is gerealiseerd. De eigenaar van de grond wordt zo eigenaar van de installatie, ook als dat niet de bedoeling is. De vestiging van een opstalrecht kan hier een oplossing zijn.

Fiscale stimulering en subsidiëring

Voor een gezonde businesscase - en financiering - van een zonne-energieproject is een stabiele inkomstenstroom natuurlijk onontbeerlijk. De overheid ondersteunt zonne-energie op verschillende manieren.

Eerder hebben wij in deze rubriek al eens stilgestaan bij verschillende fiscale regelingen en subsidies die beogen het aandeel duurzame energie in de energiemix een impuls te geven. Die kunnen ook relevant zijn voor zonne-energie. Zo gelden er in bepaalde gevallen vrijstellingen van energiebelasting voor de levering van duurzame elektriciteit. Een van die vrijstellingen heeft betrekking op de opwekking en levering van duurzame elektriciteit door een coöperatie (of ook wel een vereniging van eigenaars) aan haar leden. Een van de randvoorwaarden is dan dat die leden zich in een bepaald gebied - oftewel 'postcoderoos' - moeten bevinden.

Voor grotere zonne-energieprojecten (met een vermogen 15 kWp) kan bijvoorbeeld de SDE+-subsidie interessant zijn. Die subsidie dient ter overbrugging van de meerkosten van de opwekking van duurzame energie ten opzichte van 'grijze'. Om de productie van duurzame elektriciteit aan te tonen dient de producent 'garanties van oorsprong' over te leggen. De najaarsronde van de SDE+-subsidie gaat (ten tijde van het schrijven van deze bijdrage) binnenkort weer van start. Partijen die voor subsidie in aanmerking willen komen, kunnen dan subsidie aanvragen. Let wel: er geldt een subsidieplafond.

Tot slot

Kortom, de juridische kaders zijn ook voor zonne-energieprojecten zeer relevant. Die bieden in de eerste plaats handvatten om een project te structureren en kunnen juist nuttig zijn om een gezonde financiering te verzekeren.

Door

Iman Brinkman