Terug naar overzicht
Kennis

Strenge maatstaf bij integriteitsschending ambtenaar in privésfeer

Een medewerker van Rijkswaterstaat is op staande voet ontslagen vanwege de exploitatie van hennepkwekerijen. De zaak wordt voorgelegd aan de kantonrechter. De bestuursrechter heeft al vaker geoordeeld dat ook een integriteitsschending van een ambtenaar in de privésfeer kan leiden tot ontslag. Hoe oordeelt de civiele rechter daarover?

Feiten

In 2017 deed de Belgische politie een inval in de woning van een medewerker van Rijkswaterstaat in verband met een onderzoek naar zijn betrokkenheid bij verschillende hennepkwekerijen. Aansluitend zat de medewerker vier maanden in voorlopige hechtenis. Vervolgens vond een gesprek plaats tussen de medewerker en zijn leidinggevende en startte Rijkswaterstaat een onderzoek.

In het kader van dit onderzoek verklaarde de medewerker onder andere dat hij zich nog nooit heeft beziggehouden met illegale en/of criminele activiteiten. In het eindrapport van het onderzoek werd geconcludeerd dat op dat moment geen directe aanwijzingen waren gevonden voor integriteitsschendingen. De medewerker hervatte vervolgens zijn werk, waarbij Rijkswaterstaat aantekende dat bij een veroordelend vonnis van de Belgische strafrechter tot ontslag zou worden overgegaan.

Begin 2020 veroordeelde de Belgische strafrechter de medewerker tot onder andere een gevangenisstraf van 40 maanden omdat hij – kort samengevat – een leidinggevende rol had bij de exploitatie van hennepkwekerijen. Vervolgens heeft Rijkswaterstaat de medewerker op staande voet ontslagen.

Dringende reden voor ontslag op staande voet

Volgens Rijkswaterstaat vormen de in het vonnis van de Belgische rechter beschreven strafbare feiten een dringende reden voor ontslag op staande voet. Hierbij is volgens Rijkswaterstaat van belang dat de medewerker in het kader van het integriteitsonderzoek heeft gelogen over zijn betrokkenheid bij de hennepteelt. In de ontslagbrief wijst Rijkswaterstaat de medewerker erop dat aan ambtenaren van het Rijk hoge eisen worden gesteld wat betreft integriteit en betrouwbaarheid. Hoewel het handelen waarvoor de medewerker is veroordeeld zich in de privésfeer voltrok, gaat het volgens Rijkswaterstaat om handelingen die een inbreuk maken op het vertrouwen en aanzien van de overheid.

Volgens de medewerker is geen sprake van een dringende reden omdat zijn handelen plaatsvond in de privésfeer en zonder gebruik van overheidsmiddelen.

Oordeel kantonrechter

Aangezien de medewerker heeft erkend dat hij betrokken was bij de exploitatie van hennepkwekerijen, staat volgens de kantonrechter vast dat sprake is van een dringende reden voor ontslag.

De kantonrechter merkt op dat het plegen van dergelijke ernstige strafbare feiten door een werknemer voor menig burgerlijke werkgever een dringende reden zal opleveren voor ontslag op staande voet, omdat de werknemer daarmee het vertrouwen van zijn werkgever onwaardig wordt.

Volgens de kantonrechter geldt dat zelfs in nog grotere mate wanneer – zoals in het onderhavige geval – die werkgever een overheidsorgaan is en de betreffende werknemer een ambtenaar. De verplichting van de medewerker om zich als goed ambtenaar te gedragen, zoals neergelegd in artikel 6 van de Ambtenarenwet, geldt zowel binnen als buiten diensttijd. Deze verplichting is door de medewerker van Rijkswaterstaat in grove mate geschonden door het exploiteren van hennepkwekerijen.

Ambtenaar dient zich ook in privétijd nog steeds als goed ambtenaar te gedragen

Met deze uitspraak bevestigt de kantonrechter de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin – met het oog op het vertrouwen en aanzien van de overheid – hoge eisen worden gesteld aan de integriteit van ambtenaren, ook als het gaat om gedrag in de privésfeer. Voor de meeste privé-gedragingen zal dat eens te meer gelden als er sprake is van een nauwe band met de functie van de ambtenaar of als de ambtenaar als zodanig herkenbaar is voor het publiek. Het plegen van ernstige strafbare feiten in de privésfeer levert volgens de kantonrechter echter hoe dan ook strijd met het beginsel van goed ambtenaarschap op.

Bron: Rechtbank Limburg 27 mei 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5624 (gepubliceerd op 30 juli 2020)

Lees ook het blog: Ambtenaar moet volgens kantonrechter nog steeds aan hogere integriteitsmaatstaf voldoen

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door