Terug naar overzicht
Kennis

WNRA verzamelblog: twee oordelen over ernstig verwijtbaar handelen door een ambtenaar

  •  · 
  • Dieuwertje Stolwijk

In dit blog bespreek ik kort twee uitspraken van de kantonrechters Rotterdam en Limburg. Beide uitspraken gaan over het ontslag van een ambtenaar van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). De ene kantonrechter oordeelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen en kent de ambtenaar geen transitievergoeding toe. De andere kantonrechter oordeelt dat het handelen van de ambtenaar niet ernstig verwijtbaar is. Lees hierna hoe beide kantonrechters tot hun oordeel kwamen.

Plegen van een strafbaar feit is niet ernstig verwijtbaar

Een ambtenaar van de DJI, werkzaam als begeleider van gedetineerden, maakt melding van een inbraak in zijn woning. Tijdens het onderzoek door de politie vertelt de ambtenaar dat er nog 14 kogels van DJI in zijn woning liggen. Op grond van de Wet Wapens en Munitie (WWM) is dat een strafbaar feit. Daarnaast is het ook in strijd met de protocollen die gelden binnen DJI. DJI beëindigt daarom het dienstverband en de kantonrechter houdt de beëindiging in stand. Anders dan DJI is de kantonrechter Rotterdam echter van oordeel dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, omdat het handelen van de ambtenaar niet op één lijn te stellen is met de voorbeelden van ernstig verwijtbaar handelen uit de wetgeschiedenis. Bovendien is volgens de kantonrechter niet komen vast te staan dat de ambtenaar met opzet of kwade bedoelingen heeft gehandeld.

Bron: rechtbank Rotterdam 31 augustus 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9568

Betrokkenheid bij geweldsincident is wél ernstig verwijtbaar

Een ambtenaar van DJI gebruikt samen met twee collega’s disproportioneel geweld tegen een gedetineerde. De ambtenaar legt daarover vervolgens bewust een onjuiste verklaring af. Vanwege het geweldsincident en het proberen te verbergen van de werkelijke gang van zaken is volgens de kantonrechter Limburg sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Vanwege de machtpositie waarin de ambtenaar in zijn functie ten opzichte van gedetineerden verkeert, is het extra belangrijk dat hij plichtsgetrouw zijn functie uitvoert. Daarin heeft de ambtenaar volgens de kantonrechter ernstig verzaakt. Het verweer van de ambtenaar dat hij onder meer kampte met een acute stressstoornis vanwege onder meer de zeer hoge werkdruk, kan hem niet baten. De kantonrechter stelt vast dat de ambtenaar een professionele medewerker is met ruime ervaring in het omgaan met moeilijke situaties (zoals conflicten met gedetineerden). Daarvan neemt de kantonrechter aan dat hij zelf aanvoelt wanneer de maat vol raakt en dat hij dat dan ook aangeeft en/of professionele begeleiding zoekt. In organisaties zoals deze Penitentiaire Inrichting (PI) is die begeleiding ook aanwezig. De ambtenaar heeft echter niet eerder bij DJI aan de bel getrokken. Gelet op al het voorgaande is volgens de kantonrechter sprake van ernstig verwijtbaar handelen en heeft de ambtenaar geen recht op de transitievergoeding.

Volgens de kantonrechter is het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid bovendien niet onaanvaardbaar. In dat kader overweegt de kantonrechter dat de gevolgen van het ontslag, zoals het mogelijk moeten omscholen voor het vinden van een nieuwe baan, gevolgen zijn die allemaal voorzienbaar waren voor de ambtenaar voordat hij de verweten handelingen pleegde. Bovendien vindt de kantonrechter dat de gedragingen van de ambtenaar behoren tot de ernstigste vorm van misstappen die de ambtenaar in zijn functie kon begaan.

Bron: rechtbank Limburg 28 oktober 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:8424

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door

Dieuwertje Stolwijk