Terug naar overzicht
Kennis

Kentekenparkeersysteem Amsterdam is niet in strijd met artikel 8 EVRM

Op 10 april 2020 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het systeem van kentekenparkeren in de gemeente Amsterdam een gerechtvaardigde inmenging is in het recht op het privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Om de toets aan artikel 8 EVRM te kunnen doorstaan moet in de gemeentelijke regelgeving zijn bepaald dat opgave van een kenteken van het te parkeren voertuig een vereiste is om bij aanvang van het parkeren de parkeerapparatuur in werking te stellen.

Systeem van kentekenparkeren Amsterdam

De gemeente Amsterdam hanteert een systeem van kentekenparkeren. Dat betekent dat een parkeerder via een parkeerautomaat of een mobiele telefoon het kenteken van zijn auto moet invoeren om parkeerbelasting te kunnen voldoen. Controle op voldoening van parkeerbelasting vindt plaats met gebruik van scanauto’s die kentekens van geparkeerde voertuigen scannen. De gegevens worden in versleutelde vorm aan het Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten verstrekt. Deze gegevens worden na 48 uur verwijderd wanneer een parkeervergunning is afgegeven of parkeerbelasting is voldaan. Indien dat niet het geval is, wordt de versleuteling ongedaan gemaakt en vraagt de heffingsambtenaar bij de RDW (op grond van artikel 43 Wegenverkeerswet) de gegevens van de kentekenhouder op.

Oordeel Hoge Raad

In deze zaak stelde de belanghebbende zich op het standpunt dat het systeem van kentekenparkeren in strijd is met artikel 8 EVRM (recht op respect voor privéleven). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er bij het systeem van kentekenparkeren inderdaad sprake is van een inmenging in het privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Bij het systeem van kentekenparkeren gaat het namelijk (zowel bij het door de parkeerder opgeven van het kenteken als bij de waarnemingen met scanauto’s) om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken, gedurende enige tijd bewaren en gebruiken van kentekengegevens die zijn te herleiden tot de persoon van de kentekenhouder.

Gerechtvaardigde inbreuk

Beperkingen op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kunnen slechts worden gerechtvaardigd door of krachtens een wet in formele zin, zo volgt uit artikel 10 Grondwet. Daaraan wordt in dit geval voldaan, zo volgt uit dit arrest.

De volgende vraag die de Hoge Raad beantwoordt is of de inmenging in het privéleven gerechtvaardigd is. Daarvoor is onder meer vereist dat de inmenging "bij wet is voorzien", zoals artikel 8 EVRM bepaalt. Ook aan deze eis is volgens de Hoge Raad voldaan. Artikel 225 en 234 Gemeentewet bieden, in combinatie met de Parkeerverordening 2013 van de gemeente Amsterdam, een wettelijke grondslag voor de eis van opgave van het kenteken van het te parkeren voertuig. Daarbij wijst de Hoge Raad nadrukkelijk op de omschrijving van het begrip ‘parkeerrecht’ in die Parkeerverordening, waaruit – kort gezegd – volgt dat sprake is van kentekenregistratie in het digitale parkeerbelastingbestand waarbij voldaan is aan parkeerbelastingplicht voor het gebruik van parkeerapparatuurplaatsen.

Het lijdt volgens de Hoge Raad geen twijfel dat het doel van een maatregel waarmee wordt gewaarborgd dat belasting wordt betaald een legitiem doel is als bedoeld in artikel 8, lid 2, EVRM, te weten het economische welzijn van het land. In dat licht komt de Hoge Raad tot de slotsom dat er weliswaar sprake is van een inmenging in het recht op privéleven, maar dat die inmenging in dit geval gerechtvaardigd is.

Bron: HR 10 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:639 

Wilt u weten of uw systeem van kentekenparkeren de toets aan artikel 8 EVRM kan doorstaan of wilt u meer weten over de parkeerbelasting in het algemeen? Neem dan contact op met Nicoline Bergman of Claire Wiltink.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door