Terug naar overzicht
Kennis

Afwachten van concretiserend besluit en planschade

Uit artikel 6.1 lid 6 Wro volgt dat het college, van degene die om een tegemoetkoming in planschade verzoekt, kan verlangen dat deze zijn schade beperkt door een concretiserend besluit aan te vragen.

Kern van de zaak

Uit artikel 6.1 lid 6 Wro volgt dat het college van degene die om een tegemoetkoming in planschade verzoekt, kan verlangen dat deze zijn schade beperkt door een concretiserend besluit aan te vragen. Het college kan een dergelijke aanvraag niet vergen als dit onredelijk belastend is.

Wat speelde er?

Appellant vraagt het college van burgemeester en wethouders van Someren (hierna: het college) of het in principe kan meewerken aan een bouwvergunning voor het oprichten van een pluimveestal. Hierop reageerde het college dat appellant onder het bestemmingsplan “Buitengebied 2014” (hierna: het bestemmingsplan) alleen kan uitbreiden als sprake is van een veehouderij die blijvend beschikt over voldoende grond voor een veebezetting van twee grootvee-eenheden per hectare of minder. Het college concludeert dat als appellant zijn pluimveebedrijf wil uitbreiden, hij in een concrete aanvraag moet aantonen dat hij aan deze voorwaarde voldoet. In plaats van het indienen van een dergelijke aanvraag, verzoekt appellant het college om een tegemoetkoming in planschade voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is het volgens appellant niet meer mogelijk een nieuwe stal te bouwen op zijn perceel, en zijn pluimveebedrijf uit te bereiden. Het college wijst het verzoek af, omdat de gestelde schade niet het gevolg is van een in artikel 6.1 Wro genoemde schadeoorzaak.

Het oordeelt de rechtbank?

De rechtbank oordeelt dat om vast te kunnen stellen of appellant planschade lijdt, hij eerst een omgevingsvergunning zal moeten aanvragen voor de uitbreiding van zijn bedrijf en vervolgens de beslissing op de aanvraag zal moeten afwachten. De rechtbank baseert het voorgaande op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 6.1 lid 6 Wro (concreet: Kamerstukken II 

2011/12, 33

 135, nr. 3). Hieruit volgt dat regels in een bestemmingsplan, waarbij is aangegeven dat daarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken, pas leiden tot planschade nadat een beslissing is genomen over het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van dat bestemmingsplan.

 

Hoe oordeelt de Afdeling?

Appellant voert in hoger beroep aan dat het college niet van hem kan verlangen dat hij eerst een omgevingsvergunning aanvraagt voordat hij om een tegemoetkoming in planschade kan verzoeken, omdat op voorhand duidelijk is dat het college niet wil meewerken aan zijn bedrijfsuitbreiding en hij onnodige kosten moet maken voor het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Allereerst herhaalt de Afdeling dat bij de maximale invulling van een bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid buiten beschouwing moet worden gelaten.

Vervolgens onderkent de Afdeling dat appellant in een planologisch nadeliger situatie is terechtgekomen vanwege de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Hierdoor is op het perceel van appellant namelijk een bouwvlak komen te liggen met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – beperkingen veehouderij”. Desondanks blijft de rechtbankuitspraak in stand.

Volgens de Afdeling moet het zesde lid van artikel 6.1 Wro – in het licht van de door de rechtbank genoemde toelichting op deze bepaling – zo worden begrepen dat het college van degene die om een tegemoetkoming in planschade verzoekt, kan verlangen dat deze zijn schade beperkt door een omgevingsvergunning aan te vragen. Het college kan een dergelijke aanvraag niet vergen als dit onredelijk belastend is. Hetgeen hier volgens de Afdeling niet aan de orde is, omdat de kosten voor het indienen van een aanvraag (à EUR 4.000,=) niet zo hoog zijn dat van appellant niet kan worden gevraagd dit op te brengen. Daarenboven kan appellant deze kosten vergoed krijgen als de door hem geleden planschade is vastgesteld, aldus de Afdeling. Voor zover de aanvraag ook andere kosten met zich brengt, heeft appellant hierin geen inzicht gegeven, terwijl dat volgens de Afdeling wel op zijn weg lag. Ook anderszins heeft appellant niet onderbouwd dat het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning niet van hem kan worden gevraagd.

Wat kunt u met de zaak?

De Afdeling geeft in deze uitspraak uitdrukking aan de interpretatie van artikel 6.1 lid 6 Wro. Op grond van deze bepaling kan het college van degene die om een tegemoetkoming in planschade verzoekt, met als grondslag regels in een bestemmingsplan waarvan binnenplans kan worden afgeweken, verlangen dat hij zijn schade beperkt door een omgevingsvergunning aan te vragen. Het college kan dit niet verlangen als dit onredelijk belastend is. Of dit het geval is, zal afhankelijk zijn van de concrete omstandigheden van het geval.

ABRvS 29 september 2021, nr. 202005975/1/A2

Artikel 6.1 lid 6 Wro, schade beperken door aanvraag omgevingsvergunning, afwachten concretiserende besluitvorming niet onredelijk belastend

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door