Terug naar overzicht
Kennis

Informatie korpschef en schadevergoeding

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding van appellante. Er is geen sprake van een (gestelde) schadeoorzaak als bedoeld in artikel 8:88 Awb.

Wat speelde er?
Appellante heeft zonder succes in een civiele procedure gevorderd dat de verhuurder van haar woning (Intermaris) zou optreden tegen overlast veroorzaakt door haar bovenburen. Appellante meent dat zij de civiele procedure heeft verloren, omdat de burgemeester op verzoek van Intermaris politiegegevens heeft opgevraagd, die Intermaris vervolgens tegen appellante heeft gebruikt. Volgens appellante heeft de burgemeester bij het opvragen van de informatie ten onrechte vermeld dat een burenruzie was ontstaan en dat over en weer aangifte was gedaan. In het politieverslag stonden volgens appellante valse meldingen.

Via een Wob-verzoek heeft appellante de burgemeester verzocht om alle informatie die aanleiding gaf tot het informatieverzoek aan de korpschef. Hierop heeft appellante twee brieven ontvangen. In het besluit staat dat de politiegegevens niet konden worden verstrekt, omdat deze gegevens geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen betreffen. Zij tekent bezwaar en beroep aan. In beroep oordeelt de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard, omdat appellante geen procesbelang meer had, nu zij de door haar gewenste gegevens heeft ontvangen. De inhoud en de gestelde onrechtmatigheid van de gegevens staan niet ter beoordeling. Deze uitspraak heeft gezag van gewijsde.

Vervolgens heeft appellante de rechtbank verzocht te bepalen dat de burgemeester een bedrag van EUR 25.000,= aan schade dient te vergoeden. Deze schade zou bestaan uit o.a. gederfd woongenot, verhuiskosten en gerechtelijke kosten voor de civiele procedure. De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is over dit verzoek te oordelen, omdat de gestelde schadeoorzaak (de brief van de burgemeester aan de korpschef) geen besluit is maar feitelijk handelen. Dit is geen schadeoorzaak als bedoeld in artikel 8:88 Awb.

Hoe oordeelt de Afdeling?
De Afdeling is het met de rechtbank eens. Voor zover appellante stelt dat de inhoud van de brief van de burgemeester aan de korpschef, daargelaten het rechtskarakter daarvan, van invloed is geweest op de gegevens die door de korpschef zijn verstrekt, is volgens de Afdeling het volgende van belang. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de (volgens haar) onjuiste informatie in de brief heeft geleid tot een onjuist politieverslag. Daarom bestaat geen causaal verband tussen de verstrekte informatie en de uitkomst van de civiele procedure. De schade is ook anderszins niet het gevolg van een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit (artikel 8:88 lid 1 onder a en b Awb). Daarbij is van belang dat het besluit van de burgemeester op het Wob-verzoek gezien de onherroepelijke uitspraak van de rechtbank voor rechtmatig moet worden gehouden.

Wat kunt u met deze uitspraak?
Uitspraken over titel 8.4 Awb zijn bij de Afdeling relatief zeldzaam. Mede daarom vinden wij deze uitspraak het vermelden waard. De uitspraak bevestigt dat de mogelijkheden voor een bestuursrechtelijk verzoek om schadevergoeding beperkt zijn. Bij vermeende schade door feitelijk handelen kan de benadeelde niet terecht bij de bestuursrechter, maar alleen bij de civiele rechter.

ABRvS 16 december 2020, nr. 201907840/1/A2

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door