Terug naar overzicht
Kennis

Lager normaal maatschappelijk risico

Deze uitspraak is een van de weinige voorbeelden waarin de ernst van de schade in belangrijke mate de omvang van het normaal maatschappelijk risico bepaalt.

Wat speelde er?

Bestemmingsplan "Eijsden" maakt het voor de exploitant van een eetcafé mogelijk tegenover zijn café, aan de Maas, een vlonderterras aan te leggen. Omwonenden van dit eetcafé stellen dat dit vlonderterras leidt tot meer geluidsoverlast, stankoverlast, verlies van privacy, verlies van uitzicht en daardoor een waardedaling van hun woning. Ook voorspellen zij dat het eetcafé met het nieuwe terras meer bezoekers zal trekken, waardoor meer verkeershinder ontstaat.

Het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten kent omwonenden, nadat zij daarvoor een verzoek indienen, een tegemoetkoming in planschade toe corresponderend met een normaal maatschappelijk risico van 2% van de waarde van de woningen. Deze tegemoetkomingen heeft het college gebaseerd op advies van de SAOZ. De exploitant gaat hiertegen in bezwaar en beroep, waarop de rechtbank oordeelt dat een hoger normaal maatschappelijk risico van 4% van de waarde van de woningen gehanteerd had moeten worden. Zowel exploitant als omwonenden kunnen zich met deze uitspraak niet verenigen. Exploitant vindt dat de rechtbank het normaal maatschappelijk risico op 5% van de waarde van de woningen moeten stellen. Omwonenden stellen dat de rechtbank de besluiten van het college in stand had moeten laten.

Hoe oordeelt de Afdeling?

Anders dan de exploitant betoogt, is geen sprake van het enkel vergroten van het al vanaf 2007 illegaal aanwezige vlonderterras. Het al aanwezige terras is wat omvang en uitstraling betreft niet goed vergelijkbaar met het terras dat volgens het bestreden plan gerealiseerd mag worden. De vlonder dient daarom als een geheel nieuwe ruimtelijke ontwikkeling gekwalificeerd te worden. Van legalisatie van een illegale situatie, is dan ook geen sprake.

Waar de exploitant stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met reeds bestaande bebouwingsen gebruiksmogelijkheden, die onder het oude planologische regime ook hinder konden opleveren, oordeelt de Afdeling als volgt. Weliswaar konden de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden onder het oude planologische regime hinder opleveren, maar deze hinder is vergeleken met de hinder die het nieuwe regime kan opleveren zeer beperkt. Een groter terras of een extra terras kan wel degelijk voor meer overlast zorgen. De SAOZ heeft terecht de extra hinder bij de maximale invulling van het nieuwe planologische regime betrokken.

Omwonenden hadden kunnen verwachten dat op enig moment een horecaterras op die locatie planologisch mogelijk zou worden gemaakt. Een terras op die locatie – aan de Maas, met uitzicht op de rivier en gelegen vlakbij een aanlegsteiger – is hier bij uitstek geschikt voor. Het college heeft daarom niet deugdelijk gemotiveerd dat niet meer dan 2% van de waarde van de woningen tot het normaal maatschappelijk risico van de aanvragers moet worden gerekend en de rechtbank is er terecht toe overgegaan het normaal maatschappelijk risico zelf vast te stellen, om het geschil definitief te beslechten. De rechtbank heeft zich volgens de Afdeling echter geen rekenschap gegeven van de aard en omvang van de schade die omwonenden hebben geleden. In dit geval is sprake van een voor hen zeer ingrijpende planologische ontwikkeling die tot een uitzonderlijk hoge schade heeft geleid in verhouding tot de waarde van hun woningen. De rechtbank had ook deze omstandigheid, die dit geval bijzonder maakt, bij de beoordeling van het normaal maatschappelijk risico moeten betrekken. De Afdeling stelt vast dat het normaal maatschappelijk risico van beide omwonenden op 3% van de waarde van hun woningen behoort te komen.

Wat kunt u met deze uitspraak?

Deze uitspraak is (erg) interessant, omdat de Afdeling in dit geval de omvang en ernst van de geleden schade relevant acht voor het bepalen van het normaal maatschappelijk risico. Op 1 mei 2019 nog overwoog de Afdeling dat de aard en omvang van de schade juist geen aspect is dat zelfstandige betekenis toekomt bij de bepaling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico (nr. 201801921/1/A2). Nu de Afdeling in de uitspraak van 22 januari 2020 duidelijk maakt dat wanneer sprake is van een voor omwonenden zeer ingrijpende planologische ontwikkeling die tot een uitzonderlijk hoge schade heeft geleid in verhouding tot de waarde van woningen, aanleiding kan zijn voor een lager normaal maatschappelijk risico, doet zich de vraag voor of de Afdeling hier ‘om’ gaat.

ABRvS 22 januari 2020, nr. 201900483/1/A2 Planschade, ernst schade, lager normaal maatschappelijk risico.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door