Terug naar overzicht
Kennis

Vergoeding schade tijdelijke bouwwerkzaamheden

Deze uitspraak laat zien dat in geval van tijdelijke bouwwerkzaamheden compensatie van de tijdelijke schade voor particulieren niet onmogelijk is. De Afdeling ziet geen reden het onderhavige besluit van de gemeente te vernietigen en de schadevergoeding hoger vast te stellen

Wat speelde er?

Een eigenaresse van een de woning in Maastricht meent schade te hebben geleden nu de waarde van haar woning zou zijn verminderd als gevolg van het bestemmingsplan A2 Traverse. Dit nieuwe bestemmingsplan maakt het namelijk mogelijk om op nabijgelegen gronden een ontsluitingsweg met viaduct aan te leggen. Daarom verzoekt zij het college van burgemeester en wethouders van Maastricht om planschadevergoeding. Daarnaast heeft zij verzocht om nadeelcompensatie als gevolg van de feitelijke uitvoeringswerkzaamheden, zoals de aan- en afvoerbewegingen van zand, grond en andere materialen die op het tijdelijke werkterrein werden opgeslagen en verwijderd. Dit werkterrein bevond zich op ongeveer twee meter van de zijgevel van haar woning. De werkzaamheden hebben al met al vijf jaar geduurd.

Het college besluit een tegemoetkoming in planschade toe te kennen van € 24.400,00, maar wijst het verzoek om nadeelcompensatie af. Het gestelde nadeel zou niet op grond van artikel 6.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) voor vergoeding in aanmerking komen. De Afdeling gaat in die afwijzing niet mee en draagt het college in een tussenuitspraak opnieuw te beslissen over de nadeelcompensatie.

Na advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) kent het college bewoonster een bedrag van € 6.450,00 aan nadeelcompensatie toe. In het advies is vermeld dat de hinder tijdens de bouwperiode enerzijds het gevolg was van feitelijke handelingen door de bouw van de ontsluitingsweg met viaduct en anderzijds het gevolg van het transport van bouwmaterialen die op het tijdelijke werkterrein naast de woning werden opgeslagen en verwijderd. Beide schadeposten worden door de SAOZ mee berekend in de schadevergoeding.

De bewoonster is het met de toekenning van dit bedrag echter niet eens en vindt een hoger bedrag aan nadeelcompensatie op zijn plaats. Dit omdat de gestelde ongunstige leefomstandigheden na de werkzaamheden nog steeds aanwezig zijn.

Hoe oordeelt de Afdeling?

Het toegekende bedrag aan nadeelcompensatie is volgens de Afdeling niet onjuist vastgesteld. De gestelde ongunstige leefomstandigheden die na de werkzaamheden nog steeds aanwezig zijn, zijn niet het gevolg van de verlening van de tijdelijke omgevingsvergunningen. Het verlies van uitzicht vanuit haar woning is het gevolg van het aanleggen en de bouw van een ontsluitingsweg met viaduct tussen de rijksweg A2 en het bedrijventerrein Beatrixhaven op nabijgelegen gronden. Hiervoor is een bedrag aan planschade toegekend van € 24.400,00. Uit de tussenuitspraak volgt dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat het college de tegemoetkoming in de planschade op een hoger bedrag had moeten vaststellen.

Wat kunt u met deze uitspraak?

De vergoeding van tijdelijke schade aan particulieren bij infrastructurele maatregelen is zeldzaam. Gedachte is immers dat de woning na realisatie van de werkzaamheden niet minder waard is, omdat de werkzaamheden niet tot permanente hinder leiden. In extreme gevallen kan dat anders liggen, zo laat ook deze uitspraak zien. Vraag is dan altijd wel hoe de schade inzichtelijk kan worden gemaakt. Een methode is om de fictieve huur te berekenen die de eigenaar had kunnen vragen voor de werkzaamheden en tijdens. Het verschil is dan de schade. Dit voelt enigszins fictief, maar deze uitspraak bevestigt dat dit een aanvaarde manier is om de schade te berekenen.

ABRvS 25 maart 2020, nr. 201806466/2/A2 Planschade, nadeelcompensatie, tijdelijke bouwwerkzaamheden

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door