Terug naar overzicht
Kennis

De rol van CO2-vrije gassen in een duurzame toekomst

Door de energietransitie zal het Nederlands energiesysteem veranderen en nemen we stap voor stap afscheid van het aardgas. Hoewel het aandeel elektriciteit toe zal nemen, blijven voor een betrouwbaar energiesysteem met aardgas vergelijkbare energiedragers nodig. Naar schatting minimaal 30%, bijvoorbeeld voor de productie van zeer hoge temperaturen in de industrie of zware vormen van transport. Gezien de grote vraag naar CO2-vrije gassen in 2050, bestaat er een noodzaak tot het opschalen van de productie van zowel groen gas als waterstof. Op beide onderwerpen zet het kabinet stevig in, zo blijkt uit drie beleidsbrieven over de vergroening van de gasvormige energiedragers in ons energiesysteem. Wij praten u in dit bericht bij.

Kabinetsvisie waterstof

Waar de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in de eerste brief in grote lijnen zijn visie ontvouwt op de gasbehoefte in het energiesysteem van nu en in toekomst, gaan de twee andere brieven dieper in op de verschillende duurzame mogelijkheden daarvoor.

Recent presenteerde de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de Tweede Kamer een ambitieuze waterstofvisie voor Nederland: de Kabinetsvisie Waterstof. Dit in navolging van de afspraken over waterstof in het Klimaatakkoord. De ambities zien vooral op groene waterstof: afkomstig uit een hernieuwbare bron (bijvoorbeeld water, wind of biomassa) en geproduceerd met duurzame energie.

Op dit moment is Nederland na Duitsland de grootste producent van grijze waterstof in Europa. Met grijs wordt bedoeld geproduceerd met fossiele brandstoffen als bron, waarbij tijdens de productie broeikasgassen in de atmosfeer terecht komen. Ongeveer 10% van het Nederlandse aardgas wordt voor de productie van grijze waterstof ingezet.

De nieuwe energiedrager en grondstof groene waterstof biedt Nederland echter grotere kansen. Niet alleen in de verschillende toepassingen. Voor industriële clusters en havens, waar het een onmisbaar onderdeel van de verduurzamingsstrategie is, maar ook voor de mobiliteit (inclusief luchtvaart), de gebouwde omgeving en de agrarische sector. Ook zijn er vanwege de geografische ligging kansen in de internationale context, waardoor eigen productie van waterstof door wind op zee mogelijk wordt. Net als import van waterstof via zeehavens, waarbij Nederland een logistieke hub tussen buurlanden Duitsland en België kan zijn.

Wel moet er nog veel gedaan worden op het gebied van innovatie. Ook zaken als certificering en veiligheid (een essentiële randvoorwaarde) moeten nog verder uitgewerkt worden. Ondanks dat onderzocht wordt hoe een deel van het bestaande gasnet kan worden ingezet voor het transport van waterstof, noemt de minister de uitrol van de hele waterstofketen een complex vraagstuk. Vraag, aanbod, opslag en infrastructuur moeten zich allemaal ontwikkelen en hier bestaan grote afhankelijkheden tussen. Om een groene waterstofmarkt van de grond te krijgen en de nodige opschaling en kostenreductie (internationaal) te realiseren, is bovendien een nieuw tijdelijk instrument nodig. Huidige instrumenten zoals de SDE++ subsidie voorzien onvoldoende hierin. Als mogelijkheid om de vraag naar groene waterstof te vergroten, wordt als optie het verplicht bijmengen van waterstof in het aardgasnet genoemd. De haalbaarheid hiervan wordt de komende tijd onderzocht.

Deze visie is een eerste stap naar een groter nationaal waterstofprogramma. In navolging van deze brief worden onder meer nog keuzes over het regulerend kader, de taken en verantwoordelijkheden van netbeheerders en de marktordening verwacht.

Routekaart groen gas

In dezelfde lijn als voor waterstof presenteerde het kabinet de routekaart groen gas, waarin het kabinet zijn visie geeft op groen gas als CO2-vrije vervanger van aardgas in de gebouwde omgeving, de industrie en de transportsector. Groen gas is gemaakt uit de vergisting van biomassa-reststromen (zoals gft-afval) en heeft als voordeel dat het dezelfde kenmerken heeft als aardgas, waardoor er geen ingrijpende aanpassingen nodig zijn aan infrastructuur of gebouwen. Inzet is de productie van groen gas in Nederland op te schalen naar 70PJ in 2030. Dat is ongeveer een verzeventienvoudiging ten opzichte van de huidige productie. Groen gas is al verder ontwikkeld dan groene waterstof, maar heeft evengoed ook nog een lange weg te gaan. Vooral productiecapaciteit en beschikbaarheid van (duurzame) biomassa zijn belangrijke bottlenecks. De Routekaart noemt een aantal focuspunten en maatregelen.

Omdat de productie van groen gas een onrendabele top kent, zijn groen gasproducenten op dit moment voor het sluitend krijgen van hun exploitatie afhankelijk van de SDE+ subsidieregeling. Dit biedt een aangrijppunt voor het subsidiëren en zo stimuleren van de veelvoorkomende vormen van groengasproductie. Op de korte termijn zal de SDE++ het primaire instrument worden en blijven voor het stimuleren van groengasproductie. Ook wordt gekeken naar alternatieve instrumenten om bijvoorbeeld de grootschalige projecten voor CO2-vrije gas te stimuleren.

Verder wordt ingegaan op de belangrijkste randvoorwaarden, onder meer gerichte innovatie waarvoor een innovatie-agenda wordt opgesteld. Ook is het aantal locaties dat aan de voorwaarden voor groen gas productie voldoet nog beperkt. Huidige gaswinnings-, gasreinigings- en gasmenglocaties zouden eventueel hergebruikt kunnen worden.

Doordat groen gas breed inzetbaar, maar slechts beperkt beschikbaar is, ziet de minister groen gas overigens vooral als sluitstuk van de energietransitie dat daar zal worden ingezet waar alternatieve verduurzamingsstrategieën technisch of economisch niet haalbaar zijn.

Raadpleeg hier de beleidsstukken ‘De rol van gas in het energiesysteem van nu en in toekomst’, ‘Routekaart groen gas’ en de ‘Kabinetsvisie waterstof’.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door