Terug naar overzicht
Kennis

Hoge Raad: de koopprijs die de gemeente Harlingen aan Spaansen heeft betaald levert onrechtmatige staatssteun op (vervolg)

Waar ging het in deze zaak om? In deze zaak gaat het om de koop door de gemeente Harlingen van een perceel grond van marktpartij Spaansen, een bedrijf dat overeenkomstig de wens van de gemeente verplaatst moest worden om ruimte te maken voor woningbouw. Na diverse onderhandelingen over de prijs, kwamen partijen in juni 2009 overeen dat de gemeente het perceel voor 8,5 miljoen euro (in ongesaneerde staat) zou kopen. Eerder was echter gebleken dat marktpartijen geenszins bereid waren een dergelijke prijs voor de grond te betalen. Bovendien was de waarde van de grond (in gesaneerde staat) getaxeerd op ‘slechts’ 6 tot 6,5 miljoen euro. De rechtbank Noord-Nederland was in 2015 al van oordeel dat de koopprijs niet marktconform is en dat er sprake is van onrechtmatige staatssteun. Dit oordeel wordt door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de Hoge Raad bevestigd.

Partiële of gehele nietigheid?

De onrechtmatige steunverlening heeft naar het oordeel van de rechtbank tot gevolg dat de koopovereenkomst gedeeltelijk nietig moet worden verklaard ten aanzien van de koopprijs wegens strijd met de aanmeldingsplicht van artikel 108 lid 3 VWEU. Anders dan de rechtbank (en de gemeente), acht het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden partiële nietigheid in dit geval niet mogelijk. Als gevolg van de nietigheid van de koopprijs, is volgens het gerechtshof de gehele overeenkomst nietig. Zowel de gemeente als Spaansen stelden cassatieberoep in tegen de uitspraak van het gerechtshof.

De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het gerechtshof. Met een beroep op artikel 81 lid 1 van de Wet RO, motiveert de Hoge Raad deze beslissing niet. Voor die motivering is de lezer aangewezen op de conclusie van advocaat-generaal Drijber van 8 mei 2020. Hij is het eens met het hof dat de koopprijs niet gesplitst kan worden met de rest van de overeenkomst, vanwege een onverbrekelijk verband tussen beide. Evenals het gerechtshof acht AG Drijber het daarbij van belang dat Spaansen het terrein nooit voor een lager bedrag aan de gemeente heeft willen verkopen. Daarnaast kan partiële nietigheid volgens de AG afbreuk doen aan het nuttig effect van artikel 108 lid 3 VWEU. Om overheden te dwingen tot naleving van het staatssteunrecht, moet op het schenden van de meldingsplicht een doeltreffende sanctie staan.

Bronnen:

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door