Terug naar overzicht
Kennis

Meer mogelijkheden op de elektriciteits- en gasmarkt voor afwijking van de wet

Met het akkoord van Parijs, het regeerakkoord-Rutte III en het op handen zijnde Klimaatakkoord staat de reductie van fossiele CO2-uitstoot centraal. Een groter aandeel duurzame energie en energiebesparing zijn essentiële ingrediënten. De energietransitie heeft gevolgen voor de inrichting van onze energievoorziening. Om in de breedste zin ervaring op te doen met de vraagstukken die die omgeven, heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) op 26 april jl. het ontwerpbesluit experimenten Elektriciteitswet 1998 en Gaswet aan de Kamers voorgelegd.

Verbreding van de bestaande experimenteerruimte

Met de inwerkingtreding van de Wet voortgang energietransitie (wet VET) op 1 juli 2018, zijn onder meer artikel 7a van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1i van de Gaswet aangepast. Deze wetswijzigingen geven de minister van EZK de bevoegdheid op aanvraag ontheffing te verlenen voor het uitvoeren van ‘experimenten’. Dat wil zeggen, projecten waarvan de uitvoering afwijking van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet of daarop gebaseerde regelgeving vergt. Het moet dan gaan om experimenten op het gebied van hernieuwbare energie, energiebesparing, reductie van CO2-uitstoot of efficiënt gebruik van een net. Ook experimenten om praktijkkennis op te doen over marktmodellen of tariefreguleringssystematieken vallen onder de regeling.

Dit betekent een aanzienlijke verbreding van de experimenteerruimte ten opzichte van het Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking, dat overigens komt te vervallen. Dit besluit maakte uitsluitend experimenten ten behoeve van decentrale en duurzame energie mogelijk, aangevraagd door coöperaties en verenigingen. De energietransitie vraagt echter veel meer dan alleen groei van decentrale duurzame energie. De wet VET en het Ontwerpbesluit experimenten Elektriciteitswet 1998 en Gaswet verbreden de experimenteerruimte tot de hiervoor genoemde doelen én tot alle actoren in de energiesector, waaronder nu ook netbeheerders.

Aan welke experimenten valt te denken?

De experimenten dienen voor onderzoek of verandering van wet- of regelgeving gunstig uitpakt voor de energietransitie en of een aanpassing of intrekking van bestaande voorschriften wenselijk is. Wat is zoal mogelijk met zo’n experiment?

Te denken valt aan door andere partijen dan de aangewezen regionale netbeheerder in eigen beheer nemen van de gehele energievoorziening (artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit). Dat wil zeggen ook de productie, levering, distributie en afname − tot een maximum van 5000 aansluitingen − waar het huidige marktmodel uitgaat van een scheiding tussen deze commerciële activiteiten en het netbeheer waarvoor de netbeheerder verantwoordelijk is. Daarmee zouden verenigingen en coöperaties bij wijze van experiment de rol van netbeheerder op zich kunnen nemen. De veiligheid van een dergelijk mag overigens niet onderdoen voor die van de netten van netbeheerders. De minister zal een ontheffingsaanvraag dan ook toetsen op dat punt (artikel 8, onderdeel f). Bovendien moet eenzelfde mate van transport- en leveringszekerheid gewaarborgd zijn als in een meer traditionele setting.

Andere mogelijkheden die het besluit biedt zijn onder meer:

  • het experimenteren met dynamische leveringstarieven;
  • het werken met een ‘aggregator’ die met behulp van een slimme meter afnemers of producenten helpt het verbruik van elektriciteit naar goedkopere tijdstippen te verplaatsen;
  • het (naar aanleiding van diverse daartoe strekkende moties) creëren van ruimte voor het gebruik van elektrische auto's voor de opslag van duurzaam opgewekte energie; alsook
  • het bevorderen dat netbeheerders pas tot netwerkverzwaringen overgaan als nut en noodzaak vaststaan.

Het is aan burgers en bedrijven hun experiment zelf vorm te geven binnen de kaders die het besluit geeft. De minister toetst vervolgens het experiment voldoet aan de gestelde voorwaarden.

Begrenzingen

Naast de eerdergenoemde doelen en kaders, kent het besluit nog een aantal andere begrenzingen.

Artikel 2 van het besluit benoemt namelijk een beperkt aantal voorschriften waarop geen afwijking mogelijk is. Zo zijn geen experimenten mogelijk met de splitsing van enerzijds netbeheer en anderzijds levering, handel en productie, anders dan via verenigingen en coöperaties. Ook kan men niet experimenteren met de opslag van LNG, interconnecties of het net op zee. Verder zijn de provinciale staten en de gemeenteraad niet bevoegd het opwekken, transporteren en leveren van elektriciteit of gas aan regels te binden. Evenmin is er ruimte om bij wijze van experiment af te wijken van het discriminatieverbod, vrije leverancierskeuze of consumentenbeschermingsregels.

Raadpleeg hier het Ontwerpbesluit experimenten Elektriciteitswet 1998 en Gaswet.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door