Terug naar overzicht
Kennis

Met wijziging Mijnbouwwet en -besluit naar een nieuw vergunningstelsel voor aardwarmte

Hoe dieper je graaft, des te warmer de aarde wordt. Op twee tot drie kilometer diepte bevindt zich grondwater van wel 70 tot 100 graden Celsius. Met de energie van water dieper dan 500 meter wordt aardwarmte gewonnen, dat bijvoorbeeld kan worden ingezet voor de verwarming van woonwijken en voor de glastuinbouw. Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, vormt daarmee een duurzaam alternatief voor aardgas. De verwachting is dan ook dat het gebruik hiervan de komende jaren verder zal toenemen. In het wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet is een vergunningenstelsel geïntroduceerd dat bij de specifieke kenmerken van aardwarmte aansluit. Dit voorstel is op dit moment in behandeling bij de Tweede Kamer. In een gewijzigd Mijnbouwbesluit dat momenteel ter consultatie voorligt, is het in het wetsvoorstel neergelegde vergunningstelsel verder uitgewerkt. In dit blog gaan wij in op de hoofdlijnen hiervan.

Aanleiding voor de wijzigingen

De aardwarmtesector is een relatief jonge sector. De opsporing en winning van aardwarmte werd voor het eerst geregeld in de Mijnbouwwet in 2002, op een moment dat de winning van aardwarmte zich nog in het beginstadium bevond. Aangezien de opsporing en winning van aardwarmte in technische zin veel gelijkenissen vertoont met de opsporing en winning van delfstoffen, leek het in eerste instantie een logische aanpak om aardwarmte in de Mijnbouwwet op eenzelfde manier te behandelen. De ervaring met de eerste geothermieprojecten leert echter dat de huidige reguleringssystematiek onvoldoende aansluit bij de specifieke kenmerken van aardwarmte. Het wetsvoorstel introduceert daarom een eigen vergunningsstelsel voor aardwarmte dat met name tot doel heeft het proces van vergunningverlening eenvoudiger en sneller te laten verlopen. Ook biedt het meer mogelijkheden om rekening te houden met kansen op schade, veiligheidsrisico’s en financiële risico’s.

Huidig t.o.v. nieuw vergunningstelsel

Het huidige vergunningstelsel van de Mijnbouwwet vereist twee vergunningen: een opsporingsvergunning en een winningsvergunning. Voor het verkrijgen van een opsporingsvergunning moet de aanvrager door middel van een proefboring aannemelijk maken dat er op de gewenste plek aardwarmte kan worden gewonnen. Indien duidelijk is dat de winning van aardwarmte economisch winbaar is en er daarnaast geen andere vergunningen zijn verleend voor het betreffende gebied, kan de winningsvergunning worden verleend. De winning vindt steeds plaats volgens een goedgekeurd winningsplan.

Op basis van het nieuwe vergunningstelsel zullen er drie in plaats van twee vergunningen worden verleend. De opsporings- en winningsvergunning van het huidige stelsel worden hierbij samengevoegd tot de startvergunning. Bij aardwarmte kan namelijk, anders dan bij delfstoffen, na de opsporing bijna meteen worden overgegaan op de daadwerkelijke winning. Via de nieuwe procedure kan, kortom. versneld met de werkzaamheden worden gestart.

Aanwijzing zoekgebied De eerste stap in het nieuwe vergunningensysteem is de aanvraag van een zoekgebied. De toekenning van een zoekgebied verleent een bedrijf de exclusieve bevoegdheid om in een gebied verder onderzoek te doen naar de mogelijkheden van aardwarmtewinning. Bij de toewijzing wordt allereerst gekeken of er voldoende zicht is op de financiering van de opsporing en winning. Er mag geen risico bestaan dat er onvoldoende financiële middelen zijn om de vergunde activiteiten uit te voeren en om de veiligheid van mens en milieu te waarborgen. Daarnaast beoordeelt de Minister van Economische Zaken en Klimaat of het plan voldoende serieus is en er voldoende zicht is op een adequate uitvoering van het plan.

In de situatie waarin meerdere aanvragers een aanvraag ‘zoekgebied’ hebben ingediend voor hetzelfde gebied of een deel hiervan, geldt een zogenaamde overlegverplichting. Deze overlegverplichting is erop gericht samenwerking tot stand brengen waarbij het desbetreffende gebied optimaal wordt benut. Als de geïnteresseerde partijen geen overeenstemming weten te bereiken wordt het zoekgebied via een rangschikking aan een van de aanvragers toegewezen. Bij de rangschikking wordt gekeken naar de aansluiting van het voorgestelde plan bij het regionale beleid, optimale benutting van het gebied en effectieve en efficiënte inzet van kennis en ervaring.

Startvergunning Na de toewijzing van het zoekgebied moet een startvergunning worden aangevraagd. De startvergunning geldt gedurende een looptijd van twee jaar voor de eerste fase van de winning. Dat is de fase waarin aardwarmte wordt opgespoord en gewonnen. Alle feitelijke werkzaamheden worden uitgevoerd door de uitvoerder, aan wie de minister van EZK apart toestemming moet verlenen. Bij het verlenen van een startvergunning zijn niet alleen de technische capaciteiten van de uitvoerder een belangrijk punt, aandacht is er ook voor de financiële mogelijkheden van zowel vergunninghouder als uitvoerder. Daarbij is de wijze waarop uitvoerder en vergunninghouder de kosten voor het opsporen en winnen van aardwarmte willen gaan financieren van belang, evenals de mogelijkheid tegenslagen op te vangen en de mogelijke aansprakelijkheid voor ontstane schade. Bovendien weegt mee of de winning van aardwarmte veilig op de toegewezen locatie kan plaatsvinden. Er mag geen sprake zijn van onaanvaardbare veiligheidsrisico’s of kans op onaanvaardbare schade. Daarbij zijn met name de risico’s en gevolgen veroorzaakt door bodemdaling en -trilling en de bescherming van het grond- en drinkwater van belang. Aan de startvergunning kunnen voorschriften en/of beperkingen worden verbonden om de veiligheid en financiële zekerheid beter te waarborgen.

Uitgangspunt is dat de startvergunning wordt aangevraagd voor winning van aardwarmte binnen het eerder toegewezen zoekgebied. De aanvraag kan ook deels betrekking hebben op een vrij gebied buiten het zoekgebied. Andere vergunninghouders die grenzen aan het betreffende gebied worden in zo’n geval in de gelegenheid gesteld een concurrerende aanvraag voor een startvergunning te doen. Die procedure verloopt hetzelfde als bij de toewijzing van zoekgebieden met meerdere aanvragers. Een op die manier toegewezen vergunning wordt aangeduid met de term spontane startvergunning.

Vervolgvergunning Voordat de looptijd van de startvergunning is verlopen kan een vergunninghouder een vervolgvergunning aanvragen. Met de vervolgvergunning wordt vastgelegd onder welke voorwaarden en hoe lang de vergunninghouder aardwarmte mag winnen. Bij een vervolgvergunning wordt wederom gekeken naar onaanvaardbare veiligheidsrisico’s en kansen op schade. Daarbij worden de waarnemingen van de eerste periode van aardwarmtewinning meegenomen. Verder speelt ook de financiële zekerheid hier weer een rol, op dezelfde wijze al bij de financieringscheck in de fase van de startvergunning. Bij de vervolgvergunning wordt bijvoorbeeld gekeken naar de financiering van het buiten gebruik stellen van een boorgat dat is gebruikt voor het winnen van aardwarmte. Ook aan de vervolgvergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Via deze weg is de insteek om op een veilige, robuuste en verantwoorde wijze bij te dragen aan een belangrijk onderdeel van de energietransitie.

Lees hier het voorstel tot wijziging van het Mijnbouwbesluit en hier het wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet (aanpassing van het vergunningstelsel voor opsporen en winnen van aardwarmte).

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door