Terug naar overzicht
Kennis

Aanwijzingsbesluit Meijendel en Berkheide deels vernietigd door Afdeling bestuursrechtspraak

duinenOp 23 april jl. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak beslist op de beroepen die waren ingediend tegen het besluit tot aanwijzing van het gebied Meijendel & Berkheide (een gebied tussen Den Haag en Katwijk) als speciale beschermingszone in de zin van de Habitatrichtlijn. Daarmee is het gebied aangewezen als Natura 2000-gebied. Het aanwijzingsbesluit is voor wat betreft de begrenzing van het noordoostelijke deel van het gebied vernietigd. Binnen 12 weken dient de Staatssecretaris van Economische Zaken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Gedurende die periode valt het noordoostelijke deel van het Vlaggeduin bij Katwijk wel onder het regime van de Natuurbeschermingswet 1998.

Wat was het geval?

Ten opzichte van het eerder gepubliceerde ontwerp-aanwijzingsbesluit was de begrenzing van het te beschermen gebied bij het noordoostelijke deel van het Vlaggeduin zodanig aangepast dat die begrenzing overeenkwam met de grens van het al beschermde natuurmonument Berkheide. De staatssecretaris had een aantal redenen om de begrenzing aan te passen, te weten:

  • met de aangepaste begrenzing kan toch een gunstige staat van instandhouding van de duinhabitats in Nederland worden gerealiseerd;
  • met de in het besluit opgenomen begrenzing blijft de aanleg van de gewenste rondweg bij Katwijk mogelijk.

In zijn overwegingen verwijst de Afdeling bestuursrechtspraak naar het 'Reactiedocument aanmelding habitatrichtlijngebieden' opgesteld in het kader van de aanmelding en plaatsing van gebieden op de lijst van communautair belang. In het kader van de vaststelling van deze lijst door de Europese Commissie dienden op grond van uitsluitend ecologische criteria gebieden te worden geselecteerd en begrensd. Een gebied werd daarbij in beginsel geselecteerd wanneer het voor een habitattype of soort, afhankelijk van of het een prioritair habitattype of prioritaire soort betreft, tot de vijf of tien belangrijkste gebieden van Nederland behoorde. Om een logische begrenzing te bereiken werd rekening gehouden met al bestaande administratieve grenzen en herkenbare topografische lijnen. Na plaatsing van het gebied op de lijst van gebieden van communautair belang door de Europese Commissie bestaat op grond van artikel 4 van de Habitatrichtlijn de plicht tot aanwijzing van het gebied, waartoe het bestreden besluit strekt.

In het Doelendocument, dat aan het aanwijzingsbesluit ten grondslag is gelegd, en het aanwijzingsbesluit staat de systematiek die de staatssecretaris hanteert bij het aanwijzen van Natura 2000-gebieden beschreven. In het kader van deze aanwijzing wijst de staatssecretaris het gebied aan voor de habitattypen en soorten waarvoor het gebied geselecteerd is. Uit dit Doelendocument volgt dat in het aanwijzingsbesluit onder omstandigheden wijzigingen kunnen worden doorgevoerd in de begrenzing van het gebied ten opzichte van het gebied zoals dat is aangemeld en door de Europese Commissie op de lijst van gebieden van communautair belang is geplaatst. Uit het Doelendocument volgt echter ook dat de begrenzingen gebaseerd blijven op ecologische criteria, of het nu de uitbreiding of verkleining van een gebied ten opzichte van de plaatsing op de lijst van gebieden van communautair belang betreft.

Oordeel Afdeling

Ten aanzien van het aanwijzingsbesluit Meijendel & Berkheide stelt de Afdeling vast dat het gebied in het definitief vastgestelde zowel is verkleind ten opzichte van het ontwerpbesluit, als gedeeltelijk ten opzichte van de plaatsing van het gebied op de lijst van gebieden van communautair belang. Hiermee wijkt de staatssecretaris af van zijn beleid dat is ontleend aan het in vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen (thans: Europese Unie) neergelegde uitgangspunt dat in het kader van de begrenzing slechts met ecologische criteria rekening kan worden gehouden (arrest van het Hof van 7 november 2000, C-371/98, First Corporate Shipping, punten 16 en 25). Naar het oordeel van de Afdeling heeft de staatssecretaris dan ook niet onderbouwd waarom hij onder deze omstandigheden niet gehouden is het noordoostelijke deel van het Vlaggeduin, zoals nog wel in het ontwerpbesluit, binnen de begrenzing van het gebied op te nemen.

De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het aanwijzingsbesluit deels en treft tegelijkertijd de voorlopige voorziening dat het noordoostelijk deel van het Vlaggeduin bij Katwijk, zoals in het ontwerpbesluit, binnen de begrenzing van het gebied Meijendel & Berkheide wordt gebracht. Daarmee wordt in de periode dat de staatssecretaris is opgedragen een herstelbesluit te nemen, dit gebied onder het beschermingsregime van de Natuurbeschermingswet 1998 gebracht.

Bron: AbRvS 23 april 2014, nr. 201305423/1/R2

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door