Terug naar overzicht
Kennis

Basis voor Nationale Omgevingsvisie is gelegd

Op 17 februari jl. heeft minister Schultz van Haegen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) de startnota “De opgaven voor de Nationale Omgevingsvisie” aan de Tweede Kamer toegezonden. De startnota is de opmaat naar de Nationale Omgevingsvisie en vormt daarmee de eerste stap naar een integrale visie op de omgeving en de te maken politieke keuzes voor de inrichting van Nederland.

De Nationale Omgevingsvisie

De omgevingsvisie is één van de zes kerninstrumenten van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is een politiek-bestuurlijk document wat op integrale wijze ingaat op de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het te voeren beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving (art 3.2 Omgevingswet). Alle bestuurslagen zijn verplicht een omgevingsvisie vast te stellen (art 3.1 Omgevingswet). De omgevingsvisie zal de huidige structuurvisie vervangen (ex art. 2.3 Wet Ruimtelijke Ordening). De omgevingsvisie beperkt zich echter niet zoals de structuurvisie tot ruimtelijke aspecten, maar ziet op de hele breedte van de fysieke leefomgeving. Met de startnota wenst de minister vroegtijdig uitvoering te geven aan de verplichting tot het vaststellen van een omgevingsvisie op rijksniveau. Vanwege het feit dat de Omgevingswet pas in 2019 inwerking zal treden, wordt de Nationale Omgevingsvisie voorbereid onder de regelgeving van de structuurvisie (art. 2.3 Wet Ruimtelijke Ordening).

De opgaven voor de Nationale Omgevingsvisie

In de startnota “De opgaven voor de Nationale Omgevingsvisie” wordt per beleidsterrein ingegaan op de bestaande ambities, kansen, problemen en spanningen in de fysieke leefomgeving en welke opgaven daaruit voortvloeien. Een aantal van deze opgaven behoeft een integrale aanpak over de beleidsterreinen heen. Een integrale aanpak maakt het eenvoudiger belangen af te wegen en kansen voor duurzame groei te benutten. De vier gedestilleerde strategische, integrerende, opgaven voor het omgevingsbeleid die uit de startnota volgen zijn:

  1. Naar een duurzame en concurrerende economie: Innovatie, kennis, verhoging productiviteit en verduurzaming zijn steeds belangrijker voor de economische ontwikkeling en de levensstandaard.
  2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving: Inzet is minder energieverbruik en duurzamere bronnen. Tegelijkertijd bereiden we Nederland voor op de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast.
  3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving: Hoe houden we ons land bereikbaar en daarmee het vestigingsklimaat aantrekkelijk? Waar bouwen we onze woningen?
  4. Naar een waardevolle leefomgeving: Hoe gaan we verantwoord om met onze natuurlijke omgeving waaronder de landbouw, natuur en ons landschap? 

En nu?

Nu de vier strategische opgaven vast zijn gesteld is het de taak om deze opgaven verder uit te werken. Deze uitwerking  zal bestaan uit de verdere verdieping van deze opgaven, het verkennen van oplossingsrichtingen, een gezamenlijke richting bepalen en een meer integrale aanpak organiseren. Deze uitgewerkte opgaven zullen de basis vormen  voor de uiteindelijk vast te stellen Nationale Omgevingsvisie.

Wij blijven u via dit blog informeren over de voortgang in het proces om tot een Nationale Omgevingsvisie te komen.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door