Terug naar overzicht
Kennis

De Reparatiewet BZK nader ontleed: parkeernorm als basis voor toetsing omgevingsvergunning

parkingOpnieuw heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een uitspraak gedaan die bijdraagt aan een beter begrip van de reikwijdte van de Reparatiewet BZK. In deze uitspraak stelt de Afdeling niet alleen vast dat een bestemmingsplan ten onrechte geen parkeernorm bevat. Nieuw element in de uitspraak is echter dat ook duiding wordt gegeven aan de gevolgen die dat heeft.
Wat was er aan de hand?

Appellanten vrezen voor parkeeroverlast en voeren aan dat in het bestemmingsplan ten onrechte geen eis met betrekking tot parkeren is opgenomen. Met de in de planregels opgenomen planregeling wordt volgens appellanten namelijk onvoldoende invulling gegeven aan de Reparatiewet BZK 2014. Ook voeren ze aan dat bij de parkeernormen uit de parkeervisie, overeenkomstig een eerdere uitspraak van de Afdeling van 9 september 2015, onvoldoende is gegarandeerd dat de parkeervoorzieningen in stand moeten worden gehouden. Tot slot voeren ze aan dat er behoefte is aan minimaal 20 parkeerplaatsen en dat het perceel hiervoor te klein is.

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling stelt vast dat de planregeling geen parkeernorm voor het aantal benodigde parkeerplaatsen bevat en evenmin verwijst naar een parkeernorm in gemeentelijk beleid. De Afdeling overweegt vervolgens dat om die reden de parkeerregeling in de planregels onvoldoende waarborg biedt om te worden gehanteerd als toetsingsnorm bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Daarbij slaat de Afdeling de spijker op zijn kop. De regeling in het bestemmingsplan vervangt immers de regeling in de Bouwverordening. Bij gebrek aan een regeling bestaat geen toetsingskader voor het toetsen van aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwen en/of strijdig gebruik.

Bijzonder is dat de Afdeling dit keer  geen genoegen neemt met een onderbouwing dat  met 12 parkeerplaatsen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De Afdeling betrekt daarbij dat ter plaatse bedrijven die voorkomen in de als Bijlage 2 bij de regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan waarbij voor elk van de daarin genoemde bedrijven een verschillende parkeerbehoefte zou kunnen ontstaan. In eerdere uitspraken van 23 december 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3490) en 19 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2016:1155) werd een andere lijn gevolgd.

Relevantie voor de praktijk

Het is dus zaak voor gemeenten om in de bestemmingsplanregels voldoende aandacht te besteden aan de parkeerbehoefte in het plangebied en daar ook een concrete norm aan te koppelen. Dit kan door middel van het opnemen van een parkeernorm voor het aantal benodigde parkeerplaatsen in de planregels of door naar een dergelijke parkeernorm in gemeentelijk beleid te verwijzen. Een bestemmingsplan dat een dergelijke regeling ontbeert, loopt het risico van vernietiging.

Bronnen:

ABRvS 22 juni 2016, 201504520/1/R2 en 201506228/1/R2

ABRvS 9 september 2015, 201410585/1/R6

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door