Terug naar overzicht
Kennis

Evenementen geen incidenteel afwijkend gebruik bestemming: borging plan vereist. Juist nu?

Het is vaste jurisprudentie dat een bestemmingsplan zich niet verzet tegen incidenteel en kortdurend gebruik, afwijkend aan de heersende bestemming. Van strijd met het bestemmingsplan is in dat geval geen sprake. Maar hoe zit dat bij een evenement? Die vraag is niet alleen relevant voor de vraag of er naast een evenementenvergunning op grond van de APV een omgevingsvergunning is vereist. Uit een uitspraak van de Afdeling van 1 april jl. volgt dat deze vraag ook van belang kan zijn bij de vaststelling van een bestemmingsplan. En een goede borging in bestemmingsplannen kan – met het oog op toekomstige evenementen – juist in deze tijden van corona relevant zijn.

Wat was er aan de hand?

De raad van de gemeente Bunnik heeft het bestemmingsplan "Huize Cammingha en Landgoederij" vastgesteld. Het plan voorziet in een uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden voor het kasteel Huize Cammingha en het naastgelegen partycentrum De Landgoederij. Een deel van de tuin en het grasveld zijn in het plan bestemd als "Groen".

Appellanten, woonachtig direct ten zuiden van het plangebied, vrezen voor overlast door onder meer buitenevenementen op de gronden met de bestemming "Groen". Zij voeren aan dat ten onrechte geen planregels zijn vastgesteld over het gebruik van de gronden met de bestemming "Groen" als evenemententerrein. Dat had wel gemoeten omdat jaarlijks evenementen plaatsvinden die niet zijn te kwalificeren als kortdurend en incidenteel, aldus appellanten.

De raad stelt zich op het standpunt dat op de gronden met de bestemming "Groen" uitsluitend kortdurend en incidenteel evenementen zijn toegestaan. Dit type evenement heeft weinig effect op de leefomgeving en kan daarom op grond van jurisprudentie niet als ruimtelijk relevant worden beschouwd.

Oordeel Afdeling De Afdeling stelt allereerst vast dat het plan niet direct evenementen toestaat op gronden waaraan de bestemming "Groen" is toegekend. Vervolgens overweegt de Afdeling dat tussen partijen geen geschil bestaat dat het, op basis van de bedrijfsvoering de afgelopen jaren, de verwachting en bedoeling is dat er meerdere keren per jaar evenementen op deze gronden zullen plaatsvinden. De Afdeling wijst erop dat de raad deze evenementen ter plaatse kennelijk wil toestaan, maar daartoe geen regeling in het plan heeft opgenomen. Daarmee is evenmin een afweging gemaakt over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan op die gronden.

Naar het oordeel van de Afdeling had de raad dat echter wel moeten doen. Daartoe is van belang dat de gronden waaraan in het plan de bestemming "Groen" is toegekend samen met andere gronden (met de bestemmingen "Horeca" en "Gemengd") het terrein vormen van een voormalig landgoed dat ruimtelijk één geheel is en ook als zodanig wordt gebruikt. Het gebruik van de gronden met de bestemming "Groen" voor evenementen is geen op zich zelf staand incidenteel gebruik maar is onderdeel van en ondersteunend aan het bedrijfsmatig gebruik van de overige gronden van het terrein. Dat de raad erop wijst dat het gebruik kan worden gereguleerd via de evenementenvergunning die op grond van de APV is vereist, maakt dit niet anders. De APV ziet op de openbare orde en vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement of evenemententerrein. Voor een beoordeling of evenementen of een evenemententerrein ter plaatse ruimtelijk aanvaardbaar zijn, is een bestemmingsplan het aangewezen kader. De Afdeling vernietigt dan ook het onderdeel van het bestemmingsplan met de “Groen”.

 Relevantie voor de praktijk en regulering evenementen: juist nu? In het kader van de regulering van losse evenementen was al duidelijk dat een evenement niet snel als kortdurend en incidenteel wordt aangemerkt, en dat er in geval van strijd met het heersende bestemmingsplan dus al snel een omgevingsvergunning strijdig gebruik is vereist naast de evenementenvergunning op grond van de APV. Deze uitspraak toont dat de vraag of evenementen als kortdurend en incidenteel aangemerkt kunnen worden ook relevant is bij de vaststelling van bestemmingsplannen. Als bij de vaststelling van een plan duidelijk is dat ter plaatse evenementen georganiseerd zullen worden, dan moeten die een planologische basis krijgen. Dat is uitsluitend anders als de evenementen als kortdurend en incidenteel gebruik kunnen worden aangemerkt. En daar moet dus niet te eenvoudig van worden uitgegaan, volgt uit deze uitspraak.

In deze tijden van corona vinden er voorlopig geen evenementen plaats. Toch is de uitspraak (juist) nu relevant voor de praktijk. Het wijzigen of vaststellen van een nieuw bestemmingsplan is immers iets dat niet alleen relevant is voor de nabije toekomst. Maar wellicht belangrijker nog: de evenementenstop kan aangegrepen worden om plannen tegen het licht te houden en na te gaan op welke locaties het wenselijk is evenementen toe te staan in het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Voordeel van een planologische basis voor evenementen is, met name voor locaties waar vaak evenementen georganiseerd worden, dat er niet steeds losse omgevingsvergunningen verleend hoeven te worden. En als blijkt dat binnen één gemeente meerdere bestemmingsplannen een basis voor evenementen zouden moeten bevatten, dan kan dat met behulp van een paraplubestemmingsplan worden geregeld. Door hier juist nu (in een tijd dat er weinig andere werkzaamheden verricht hoeven te worden op het gebied van evenementen en ook geen verzoeken om handhaving ingediend kunnen worden) mee aan de slag te gaan, is een en ander in ieder geval op orde voor het nieuwe evenementenseizoen. Zodat evenementen straks hopelijk weer volop en zonder omgevingsrechtelijke zorgen georganiseerd kunnen worden!

Raadpleeg hier de uitspraak van de Afdeling van 1 april 2020.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door