Terug naar overzicht
Kennis

Handhaving tegen bouwwerken gezien bijzondere omstandigheden onevenredig

Uitgangspunt is dat, gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan hier van afwijken. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij concreet zicht op legalisatie of indien handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, zodat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien. In een uitspraak van 8 juni 2022 achtte de Afdeling handhaving tegen een tweetal bouwwerken onevenredig in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Een dergelijk geslaagd beroep op deze uitzondering op de beginselplicht tot handhaving komt in de rechtspraktijk niet veel voor. Om die reden is het interessant om deze uitspraak te bespreken.

Waar ging de zaak over?

Aanleiding voor deze zaak was een als garage/berging vergund bijgebouw, gebouwd in afwijking van de daarvoor verleende bouwvergunning en een ander bijgebouw dat geheel zonder omgevingsvergunning was gerealiseerd. De perceeleigenaar verhuurt de illegale bouwwerken bovendien als woning.

Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk gelast de eigenaar onder oplegging van een dwangsom binnen drie maanden de bouwkundige situatie te herstellen en de woonvoorzieningen te verwijderen, zodat weer daadwerkelijk sprake is van een berging en een garage. Ook moet de eigenaar binnen drie maanden het niet vergunde bijgebouw verwijderen. In bezwaar en beroep is dit besluit overeind gebleven.

Oordeel Afdeling

De Afdeling oordeelt echter anders en stelt dat er zich bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan het college van handhavend optreden tegen de bouwwerken af had moeten zien. De gemeente was al sinds 2004 op de hoogte van het bestaan van deze bouwwerken en heeft niet eerder handhavend opgetreden. Daar komt bij dat het sociaal team van de gemeente woningzoekenden naar deze woningen verwees. Voor de huur van de woningen is bovendien huursubsidie aangevraagd en ontvangen. Ook is niet gebleken van klachten van omwonenden of andere derden met betrekking tot de bewoning van de bouwwerken. Hoewel het algemeen belang dat tegen overtredingen handhavend wordt opgetreden zeer zwaarwegend is, oordeelt de Afdeling dat handhavend optreden in dit concrete geval onevenredig is. Het college heeft niet gemotiveerd vanwege welke belangen handhavend is opgetreden. Tegenover het algemeen belang om handhavend op te treden tegen overtredingen staan de nadelige gevolgen voor de perceeleigenaar en de bewoners van de bijgebouwen als deze in de oorspronkelijke staat moeten worden teruggebracht, respectievelijk moeten worden verwijderd. Van handhaving dient in dit concrete geval dan ook te worden afgezien, aldus de Afdeling.

Opvallend is verder nog het oordeel van de Afdeling dat het “in gebruik geven” (verhuren) van de bijgebouwen hier wordt beschermd door het gebruiksovergangsrecht van het bestemmingsplan “Wijk aan Zee 2013”. Het college was daarom wel bevoegd handhavend op te treden vanwege het “strijdig gebruiken” van de bouwwerken, maar niet vanwege het “strijdig in gebruik geven” daarvan. Dit komt door de letterlijke tekst van het voorschrift uit het bestemmingsplan “Wijk aan Zee 1979”, waar in het overgangsrecht naar wordt verwezen.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2022.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door