Terug naar overzicht
Kennis

Huisvesting arbeidsmigranten: goed regelen en onderbouwen

Op 11 november deed de rechtbank Oost-Brabant tussenuitspraak over een vergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten bij een akkerbouwbedrijf. Zoals de rechter in de uitspraak zelf al benoemt, is dit niet de eerste zaak over de huisvesting van arbeidsmigranten en zeker ook niet de laatste. Omwonenden van een locatie waar arbeidsmigranten worden gehuisvest zijn regelmatig bang voor een grote verandering van hun leefomgeving en daarmee gepaard gaande overlast. Gemeenten moeten juist daarom extra goed opletten bij het verlenen van een vergunning. Deze uitspraak biedt een mooi overzicht van de omstandigheden die bij vergunningverlening in aanmerking moeten worden genomen.

Wat speelde er?

Een akkerbouwbedrijf te Landerd bezit landbouwgronden die benut worden voor het telen van gewassen. Dit bedrijf is gelegen in buurtschap het Voor Oventje, dat ca. 400 inwoners heeft. Op het betreffende perceel bevindt zich een verwerkingsloods waar de gewassen worden verwerkt tot zakken met groente, die worden geleverd aan supermarkten. Hiervoor neemt het bedrijf zo’n 130 werknemers in dienst, voornamelijk arbeidsmigranten. De eigenaar van het bedrijf dient bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landerd een aanvraag in om 32 arbeidsmigranten gedurende een periode van zes maanden per jaar op de locatie te huisvesten. Daarvoor zou de op het perceel aanwezige veldschuur worden verbouwd en opnieuw ingericht. Het college verleent voor het gewijzigde gebruik en de uitbreiding van het gebouw een omgevingsvergunning.

De directe buurman vreest als gevolg van voorgaande ontwikkelingen een ernstige aantasting van zijn woon- en leefmilieu. Hij woont naast de projectlocatie en is bang dat hij met overlast te maken zal gaan krijgen, zeker wanneer de arbeidsmigranten de strook grond tussen de veldschuur en zijn perceel gaan gebruiken. Hij is bekend met overlast van arbeidsmigranten op andere locaties en is van mening dat de huisvesting van arbeidsmigranten zoals hier aan de orde niet kan worden ingepast in de omgeving. Het college heeft de huisvesting gelijk gesteld aan een hotel en op basis van de VNG Handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’ aldus bepaald dat deze huisvesting zich in een rustige woonwijk op een afstand van 10 meter mag bevinden. De buurman vindt dat het college niet zomaar bij deze richtafstand had kunnen aanknopen.

Geen woning en geen hotel

De rechtbank gaat voor een deel mee in de vrees van de bezwaarmaker. Op veel plaatsen in Nederland speelt de discussie over het huisvesten van arbeidsmigranten, constateert de rechtbank. Anders dan het college heeft gesteld, is het vestigen van arbeidsmigranten op het Voor Oventje niet te vergelijken met een woonhuis of een hotel. Vaak is per woning namelijk maar één huishouden toegelaten. Dat geldt ook voor de woningen in de directe omgeving van de projectlocatie, zo blijkt uit het vigerende bestemmingsplan. 32 arbeidsmigranten vormen samen niet één huishouden. Zij hebben hun hoofdverblijf in het land waar ze vandaan komen en vanwege de tijdelijkheid van de huisvesting ontbreekt ook de vereiste duurzaamheid. De huisvesting is bovendien anders dan een hotel. Arbeidsmigranten verblijven doorgaans langer dan de gemiddelde hotelgast en de voorzieningen zijn anders. Voor de ruimtelijke onderbouwing aansluiten bij de aanduiding hotel in de VNG Handreiking is volgens de rechtbank dan ook onjuist.

Verenigbaarheid met bestemmingen in omliggend gebied

Het college had in dit geval beter moeten kijken of de huisvesting van arbeidsmigranten wel te verenigen is met de bestemmingen in het omliggende gebied. Daarbij speelt ook mee dat de tuin van de buurman direct grenst aan de locatie, en het Voor Oventje zowel niet gelijk te stellen is met stedelijk gebied, als met buitengebied. Zeker nu in ‘Beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten Landerd’ staat dat de gemeente het belangrijk vindt dat de huisvesting goed kan worden ingepast in de omgeving, had het college de verenigbaarheid met bestemmingen in omliggend gebied beter moeten onderzoeken.

Verhouding aantal inwoners en arbeidsmigranten

Het college dient ook te onderzoeken of er in het buurtschap meer panden worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten en ook wil de rechtbank precies weten hoeveel mensen er nu op het Voor Oventje wonen, en hoeveel procent daarvan arbeidsmigrant is. Naar gelang de verhouding tussen het aantal inwoners in de directe omgeving en het totale aantal arbeidsmigranten dat in deze omgeving worden gehuisvest, kunnen hogere eisen worden gesteld aan de inpasbaarheid van de functie in de omgeving. Dat zou kunnen betekenen dat er meer maatregelen moeten worden getroffen om overlast te voorkomen. Deze maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:

- het opnemen van de huisregels in de voorschriften van de omgevingsvergunning waarop de gemeente dan toezicht houdt. Nu is nog onduidelijk hoe het toezicht geregeld wordt. Dat moet verhelderd worden en de betreffende gedragsregels moeten zo nodig als voorschrift aan de vergunning worden gekoppeld;

- een daadwerkelijke fysieke afscheiding (bijvoorbeeld een schutting) plaatsen tussen de projectlocatie en de omliggende percelen. De rechtbank kan nog niet goed overzien of arbeidsmigranten de strook grond achter de veldschuur kunnen betreden, bijvoorbeeld als ze zich aan het toezicht van vergunninghoudster zouden willen onttrekken.

Gebreken herstellen

De gemeente zal tot slot de parkeerbehoefte vanwege de huisvesting van arbeidsmigranten in kaart moeten brengen en daar, zo nodig, de vergunning op moeten aanpassen.

Kortom is het bestreden besluit nog onvoldoende voorbereid en gemotiveerd. De rechtbank sluit niet uit dat op het Voor Oventje uiteindelijk 32 mensen kunnen worden ondergebracht. Echter zal de gemeente eerst aantal zaken beter moeten regelen en onderbouwen. Daarvoor krijgt zij vier weken de tijd. Een goede les voor andere gemeenten die te maken hebben met de ruimtelijke inpassing van huisvesting voor arbeidsmigranten!

Raadpleeg hier de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant op 11 november 2020.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door