Terug naar overzicht
Kennis

Beperkte uitleg ‘bijbehorende bouwwerken’ uit het Bor

blog_omgevingsrecht_kruiwagenOnder ‘bijbehorend bouwwerk’ wordt niet ook het aansluitende terrein begrepen, zo oordeelt de Afdeling op 6 mei 2015. Aan de orde is de aan Hornbach verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van rekken e.d. ten behoeve van buitenverkoop van tuinartikelen in de naastgelegen (reeds aanwezig) siertuin. Het gebruik van de tussen de rekken gelegen grond door winkelend publiek is in strijd met gebruik van deze grond als siertuin. Met de voor de rekken verleende vergunning wordt deze strijdigheid niet opgeheven, nu het aansluitend terrein niet ook onder de verleende vergunning valt.

Reeds in 2005 heeft het college van B&W van Alblasserdam een vrijstelling verleend aan Hornbach voor het gebruik van de naast de bouwmarkt gelegen grond als siertuin. Dan vraagt Hornbach een vergunning aan voor een bouwplan voor de bouw van rekken, een pergola en een loopgang in de siertuin ten behoeve van buitenverkoop van tuinartikelen. Ook dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Het college verleent Hornbach een omgevingsvergunning strijdig gebruik op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo jo. artikel 4, aanhef en onder 1, onder a, van Bijlage II bij het Bor: de bouwwerken worden aangemerkt als ‘bijbehorende bouwwerken’. De rechtbank Rotterdam vernietigt de vergunning echter. Hornbach en het college gaan in hoger beroep, maar vangen bot. Wat ging er mis?

De Afdeling overweegt dat terecht is overwogen dat het winkelend publiek zich op de als siertuin te gebruiken gronden moet bewegen om de tuinartikelen van de rekken te pakken. Daarmee wordt het gebruik van deze gronden (als siertuin) feitelijk gewijzigd in gebruik als verkoopvloeroppervlak. Het gebruik van deze gronden door winkelend publiek is naar het oordeel van de Afdeling inherent aan noch ten dienste van de toegestane buitenverkoop van tuinartikelen in de rekken. Artikel 4, aanhef en onder 1, onder a, van bijlage II bij het Bor omvat niet ook het aansluitend terrein, aldus de Afdeling. Daarbij wordt betekenis toegekend aan het feit dat dit onderdeel niet is aangevuld met de wijziging van het Bor per 1 november 2014, zoals wel het geval is bij artikel 4, aanhef en onder 9, van bijlage II bij het Bor. Ten slotte overweegt de Afdeling dat deze beperkte uitleg niet meebrengt dat de in het bouwplan voorziene rekken onbruikbaar zijn, omdat voor het strijdig gebruik van de tussengelegen gronden ook een omgevingsvergunning kan worden aangevraagd.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door