Terug naar overzicht
Kennis

Concretisering van de Afdeling inzake normaal maatschappelijk risico en de forfaitaire drempel

  •  · 
doorstep2Op 11 februari 2015 heeft de Afdeling een tweetal uitspraken gewezen over het normaal maatschappelijk risico en de forfaitaire drempel. In beide zaken speelde de vraag of de schade voor het normaal maatschappelijk risico van de aanvrager diende te blijven.

In de eerste uitspraak betrof het een initiatiefnemer van een bouwproject die uit hoofde van een met de gemeente gesloten overeenkomst eventuele planschade voor eigen rekening zou moeten nemen. De door de gemeente toegekende tegemoetkomingen in planschade werden door de ontwikkelaar bestreden, omdat de schade geheel binnen het normaal maatschappelijk risico zou vallen. De Afdeling gaat niet mee in dit standpunt, onder de overweging dat voor de onderhavige ontwikkeling een andere locatie in beeld was en de ontwikkeling in het plangebied niet in de lijn der verwachtingen lag. Voorts heeft de ontwikkeling in het plangebied op een relatief korte afstand van de woningen van omwonenden plaatsgevonden en heeft de ontwikkeling een substantiële invloed op de beleving en omgevingskarakteristiek van die woningen. Bij deze stand van zaken kan volgens de Afdeling de omvang van de door omwonenden geleden schade op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat het normale maatschappelijke risico boven de forfaitaire drempel van twee procent van de waarde van de woningen op de peildatum uitstijgt. Deze uitspraak vormt daarmee een nadere verfijning van de Afdelingsjurisprudentie over het normaal maatschappelijk risico bij planschade. Hieruit volgt dat eerst moet worden bezien of de schade niet geheel valt binnen het normaal maatschappelijk risico (artikel 6.1 lid 1 Wro). Is dat niet het geval, dan komt lid 2 in beeld, waarbij de Afdeling thans bepaalt dat enkel de omvang van de schade geen reden is een hogere drempel (2%) toe te passen dan in lid 2 genoemd.

In de tweede uitspraak was de schade van een supermarkt als gevolg van het tracébesluit “Rijksweg 7, Ring Sneek” door de Minister voor de rekening van de supermarkt gelaten wegen actieve risicoaanvaarding. Nadat in een tussenuitspraak van 9 juli 2014 de Minister was opgedragen alsnog de schade te bepalen, komt appellant desalniettemin van een koude kermis thuis. De Afdeling oordeelt namelijk, in lijn met de uitspraak van 9 april 2014 inzake de dijkversterking Noordwijk, dat bij permanente schade het gevolg van een normale maatschappelijke ontwikkeling, zoals een dijkversterking of infrastructureel werk, een drempel van 5% van de waarde of inkomen direct voorafgaand aan de peildatum in de rede ligt. Ook als geen sprake is van een “normale maatschappelijke ontwikkeling” dient het normaal maatschappelijke risico minimaal de forfaitaire drempel van 2% te bedragen.

Met deze uitspraken geeft de Afdeling enige handvatten voor situaties waarin het normaal maatschappelijk risico de forfaitaire drempel van 2% overstijgt.

Bron: AbRvS 11 februari ECLI:NL:RVS:2015:332 en ECLI:NL:RVS:2015:336

Deel dit artikel via