Terug naar overzicht
Kennis

De aanleg van een weg is geen stedelijke ontwikkeling

upladder

De Afdeling oordeelt in een uitspraak van 18 februari jl. dat de aanleg van een weg niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. Bij een nieuwe weg hoeft dus niet te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro wordt stedelijke ontwikkeling als volgt omschreven: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ wordt niet nader omschreven in het Bro.

In de uitspraak van 18 februari jl. zoekt de Afdeling aansluiting bij de nota van toelichting bij het Bro. Hierin is opgenomen dat de minister van Infrastructuur en Milieu op 14 november 2011 aan de Tweede Kamer heeft toegezegd om een handreiking beschikbaar te stellen. Deze is in oktober 2012 vastgesteld. In die handreiking staat dat onder het begrip ‘overige stedelijke voorzieningen’ wordt verstaan: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.

De Afdeling oordeelt vervolgens dat gelet op de nota van toelichting, maar ook de strekking van de ladder (die er mede op gericht is leegstand tegen te gaan) de in het bestemmingsplan voorziene weg niet wordt aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro.

De uitspraak komt niet geheel onverwachts. Op 14 januari 2015 oordeelde de Afdeling ten aanzien van een verbindingsweg eveneens dat geen sprake was van een stedelijke ontwikkeling. Hieraan lag echter niet dezelfde overweging ten grondslag. In deze uitspraak overweegt de Afdeling “slechts” dat de verbindingsweg gezien de omvang en de situering niet als ‘andere stedelijke voorziening’ kan worden aangemerkt en dat de weg evenmin kan worden begrepen onder een van de in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i genoemde stedelijke ontwikkelingen.

Op het begrip stedelijke ontwikkeling moet dus niet enkel voor kleinschalige ontwikkelingen een uitzondering worden gemaakt. Uit de uitspraak van 18 januari jl. volgt dat, indien de nota van toelichting en/of de handreiking daartoe aanleiding geven, ook andersoortige ontwikkelingen buiten het bereik van de ladder kunnen worden gehouden.

Bronnen: AbRvS 18 februari 2015, nr. 201400570/1/R6 en Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door