Terug naar overzicht
Kennis

De harde plancapaciteit & de Ladder voor duurzame verstedelijking

mfXlBhsDe toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking stelt de nodige eisen aan een ruimtelijk besluit. Bij de eerste trede, de vraag of er een actuele regionale behoefte bestaat aan de voorziene ontwikkeling, moet niet alleen worden gekeken naar de omvang van de vraag, maar is ook van belang dat het aanbod op juiste wijze wordt vastgesteld. Daarbij is het onvoldoende om alleen het feitelijke aanbod te betrekken. Ook het aanbod dat nog niet is gerealiseerd, maar wel is opgenomen in een vastgesteld ruimtelijk besluit moet worden meegenomen bij het bepalen van het aanbod: de harde plancapaciteit. De Afdeling heeft dit in een uitspraak van 13 januari jl. weer eens bevestigd.

Wat was er aan de hand?

De raad van de gemeente Maasdriel heeft het bestemmingsplan “Ammerzoden Noord 2014” vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een woonwijk in de kern Ammerzoden, bestaande uit maximaal 58 woningen. Appellanten stellen dat het bestemmingsplan in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Ze voeren aan dat onvoldoende is onderbouwd dat een actuele regionale behoefte bestaat aan de voorziene woningen. Zo zou niet zijn uitgegaan van de meeste actuele woningbehoefte- en woningmarktgegevens. Uit actueel onderzoek zou volgen dat slechts behoefte bestaat aan 52 woningen in de periode 2014-2024. Zij wijzen hierbij op een onderzoek van Companen.

De raad is in de plantoelichting uitgegaan van het Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019, waarin afspraken tussen de provincie Gelderland, de gemeenten en de regio’s in Gelderland over de woningbouw en bestaande woningvoorraad zijn vastgelegd. Op basis daarvan mag de gemeente Maasdriel voor de periode tot 2020 een planvoorraad van 1.100 woningen hebben. In het gemeentelijke woningbouwprogramma (dat in 2014 is geactualiseerd) zijn binnen de gemeente Maasdriel 135 woningen opgenomen voor de kern Ammerzoden, waarvan 58 voor Ammerzoden Noord.

Dat uit het onderzoek van Companen volgt dat er maar een behoefte aan 52 woningen bestaat voor de periode 2014-2024 kan hier niet aan af doen. De Afdeling overweegt dat de planperiode verder strekt dan 2024 en dat uit onderzoek volgt dat het aantal huishoudens in Maasdriel zal toenemen. Bovendien is Ammerzoden in het gemeentelijke woningbouwprogramma aangewezen als groeikern waarbij een toename van het aantal woningen boven de lokale behoefte aanvaardbaar is als het aantal woningen passend is binnen het totale gemeentelijke woningbouwprogramma. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat 58 woningen in beginsel binnen de berekende regionale woningbehoefte passen.

Harde plancapaciteit

In beginsel, want bij het bepalen van de behoefte is het onvoldoende om alleen de vraag juist in beeld te brengen. Ook het aanbod moet juist worden vastgesteld. En daarbij moet worden uitgegaan van de zogenoemde harde plancapaciteit. Dat is het aanbod dat in vastgestelde plannen is opgenomen, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. Daar heeft de raad geen rekening mee gehouden. De Afdeling overweegt namelijk het volgende. In de plantoelichting is niet inzichtelijk gemaakt dat door de 58 voorziene woningen het aantal woningen waaraan behoefte bestaat, niet zal worden overschreden, omdat uit de toelichting niet valt af te leiden uit hoeveel woningen de harde plancapaciteit in Maasdriel bestaat. En daarmee is in de plantoelichting niet inzichtelijk gemaakt dat met de voorziene woningbouw wordt voorzien in een actuele regionale behoefte.

Einde plan?

In een nadere memorie van de raad, die circa drie weken voor de zitting bij de Afdeling ingediend, is nader toegelicht dat het gemeentelijke woningbouwprogramma bestaat uit zowel harde als zachte plannen. De totale harde plancapaciteit voor Ammerzoden bedraagt 96 woningen (inclusief de met het onderhavige bestemmingsplan voorziene 58 woningen). Dat past binnen de berekende behoefte. Daarmee heeft de raad volgens de Afdeling inzichtelijk gemaakt dat wordt voorzien in een actuele regionale behoefte. De rechtsgevolgen worden daarom in stand gelaten.

De uitspraak leert ons dat het van belang is om bij de eerste trede van de Ladder niet alleen de vraag naar een bepaalde ontwikkeling goed in kaart te brengen, maar ook het aanbod. Bij dat aanbod moet ook de harde plancapaciteit worden betrokken. Daarnaast leert de uitspraak ons dat een tegenrapport over de omvang van de behoefte niet zonder meer maakt dat niet langer sprake is van een actuele regionale behoefte. Daarbij mag waarde worden toegekend aan de groei van het aantal huishoudens en mag voor de behoefte verder worden gekeken dan uitsluitend de kern zelf: de behoefte van de gehele gemeente mag een rol spelen. De toets aan de Ladder is strikt, maar met een goed onderzoek en een goede motivatie kom je een heel eind!

Bron: AbRvS 13 januari 2015, nr. 201506063/1/R6.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door