Terug naar overzicht
Kennis

Hoge Raad verwerpt beroepen tegen onteigeningen voor de A9

SnelwegOp 11 juli 2014 heeft de Hoge Raad de ingestelde cassatieberoepen verworpen tegen de onteigening voor de aanleg van de A9 ten zuiden van Badhoevedorp. De Hoge Raad verwierp de beroepen met toepassing van artikel 81 RO. Achtergrond

Op dit moment loopt de A9 door de kern van Badhoevedorp tussen de knooppunten Raasdorp (A5) en Badhoevedorp (A4). De gedachte is om de snelweg te verleggen naar het overwegend agrarische gebied ten zuiden van Badhoevedorp. Dit om de kern van Badhoevedorp te ontlasten. Het agrarisch gebied, vroeger ook wel de gouden badkuip genoemd, waar de nieuwe weg doorheen gaat komen, is de eigendom van een aantal projectontwikkelaars. Zij willen het gebied ontwikkelen tot een gemengd kantoor- en bedrijventerrein voor Schiphol gerelateerde bedrijven. De Staat kon met hen geen overeenstemming bereiken over de verwerving van de benodigde gronden, zodat een onteigeningsprocedure noodzakelijk was. De betreffende eigenaren bestreden de onteigeningstitel. Zij stelden dat de Staat onvoldoende serieus had onderhandeld door structureel te weinig te bieden. Ook betoogde een aantal eigenaren dat de onteigening in strijd zou zijn met de Mededingingswet. Door de nieuwe A9 op hun grond te projecteren werden andere aan de overheid gelieerde ontwikkelaars bevoordeeld, hetgeen in strijd zou zijn met deze wet.

Uitspraak Rechtbank Noord-Holland

De Rechtbank Noord-Holland verwierp deze betogen. De door de Staat gedane aanbiedingen waren gebaseerd op zorgvuldig opgestelde taxaties en verder was voldoende onderhandeld. De Mededingingswet strekt daarnaast niet tot bescherming van de eigendom. Eventuele bevoordeling van marktpartijen doet daarom niet af aan de rechtsgeldigheid van het onteigeningsbesluit. Ook geschiedt onteigening tegen een volledige schadeloosstelling, zodat van bevoordeling geen sprake kan zijn. Ten slotte is geenszins aangetoond dat marktpartijen überhaupt bevoordeeld zouden worden.

Arrest Hoge Raad

De Hoge Raad laat dit oordeel in stand met toepassing van artikel 81 RO.[1] Opvallend is de duur van de procedure die beperkt is gebleven tot zeven maanden na het vonnis van de rechtbank. Deze versnelling van de cassatieprocedure is goed nieuws voor overheden die worden geconfronteerd met een cassatieprocedure en past ook beter bij de door de wetgever beoogde snelheid van de onteigeningsprocedure. Resteert nu nog de vaststelling van de schadeloosstelling door de rechtbank. Hierover zal in het najaar verder worden geprocedeerd. [1]Dit betekent dat de beroepen falen en dat de aangevoerde klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of ontwikkeling.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door