Terug naar overzicht
Kennis

Niet voldaan aan relativiteitsvereiste, supermarkt ondervindt geen geluidhinder van concurrent

  •  · 
winkelwagenDe exploitant van een supermarkt stelt dat een bestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening is omdat het zal leiden tot geluidhinder ter plaatse van enkele woningen. De Afdeling oordeelt in een uitspraak van 29 januari 2014 dat appellante zich slechts kan beroepen op het belang van een goed leefklimaat ter plaatse van haar supermarkt indien dat plan ontwikkelingen mogelijk maakt waarvan zij geluidoverlast voor haar supermarkt zal kunnen ondervinden.

Artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de bestuursrechter een besluit niet vernietigt op de grond dat het in strijd is met een geschreven of een ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb heeft willen aansluiten bij artikel 1.9 van de Crisis- en herstelwet (Chw). Ook met artikel 8:69a van de Awb heeft de wetgever de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en de daadwerkelijke (achterliggende) reden om een besluit in rechte aan te vechten. De bestuursrechter moet een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die niet strekt tot bescherming van een belang waarin de eisende partij feitelijk dreigt te worden geschaad.

Appellante exploiteert een supermarkt in het centrum van Aarle-Rixtel. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat appellante gevrijwaard wenst te blijven van concurrerende supermarkten in haar verzorgingsgebied. Voor appellante gaat het dus om een concurrentiebelang.

De Afdeling begrijpt het beroep van appellante aldus dat zij betoogt dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening nu dit zal leiden tot geluidhinder ter plaatse van enkele woningen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 mei 2012 in zaak nr. 201106139/1/R2, overweging 2.11.2) ten aanzien van het gelijkluidende artikel 1.9 van de Chw kan een concurrerend winkelcentrum zich, teneinde een vernietiging van het besluit tot vaststelling van een bestemmingplan te bewerkstelligen, slechts beroepen op het belang van een goed leefklimaat ter plaatse van haar winkelcentrum, indien het plan ontwikkelingen mogelijk waarvan zij - in dit geval - geluidoverlast voor haar winkelcentrum zal kunnen ondervinden. De Afdeling overweegt dat dit in het onderhavige geval tevens geldt voor de supermarkt die appellante in het centrum van Aarle-Rixtel exploiteert. Dat ter plaatse van deze supermarkt geluidhinder kan worden ondervonden van het plan en dat appellante in zoverre is getroffen in een ander belang dan haar concurrentiebelang is niet gebleken. Gelet op het vorenstaande kan het beroep van appellante in zoverre op grond van artikel 8:69a van de Awb niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, zodat de Afdeling afziet van inhoudelijke bespreking hiervan.

Bron: AbRvS 29 januari 2014, nr. 201207404/1/R2.

Deel dit artikel via