Terug naar overzicht
Kennis

Nieuwe stedelijke ontwikkeling: een casuïstische benadering!

ladder9

Op 25 februari jl. oordeelde de Afdeling dat het bestemmingsplan ‘Langbroekseweg 3-3b’ van de raad van de gemeente Wijk bij Duurstede dat voorziet in bebouwing ten behoeve van handel in agrarische, dier- en tuinbouwgoederen en een supermarkt niet een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Hoewel sprake is van een gedeeltelijke functiewijziging, wordt de ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling aangemerkt als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. Het plan behoefde dus niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De onderbouwing voor dit oordeel wordt gevonden in de planologische mogelijkheden die het voorheen vigerende bestemmingsplan bood en de omstandigheid dat het doel van de planwijziging was om het gebruik van de locatie te optimaliseren.  

Wat was de situatie? Het plan voorziet in de uitbreiding van een reeds aanwezige supermarkt met circa 1.000 m2. Deze uitbreiding was ook al onder het oude bestemmingsplan mogelijk. De maximumoppervlakte wordt ten opzichte van het oude plan niet uitgebreid. Wat verandert er dan wel?

  • Er wordt in het nieuwe plan voorzien in een gedeeltelijke functiewijziging. De functie van een pedagogisch adviesbureau wordt namelijk niet langer toegestaan. Daarmee wordt ten opzichte van het oude plan voorzien in minder gebruiksmogelijkheden.
  • Met het nieuwe plan is niet langer bebouwing binnen de gehele bestemming toegestaan. De bebouwing wordt geconcentreerd binnen een bouwvlak in het noordoostelijk deel van het plangebied. Binnen het oude plan konden de bouwmogelijkheden binnen de gehele bestemming gerealiseerd worden. Deze wijziging heeft als doel de situering van de bestaande bebouwing voor detailhandel te verbeteren en daarmee het gebruik van de locatie te optimaliseren.

De Afdeling komt tot de conclusie dat het plan onder voornoemde omstandigheden niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Deze uitspraak toont dat de vraag of een ontwikkeling als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt, casuïstisch wordt benaderd. De kern bij de beantwoording van deze vraag  is  of een ontwikkeling voor het eerst planologisch mogelijk wordt gemaakt. Zie in dit kader ook de eerder op deze blog verschenen berichten. Uiteindelijk zullen de concrete omstandigheden van het geval dus  maken of een ontwikkeling wel of niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden getoetst. Bij twijfel is het daarom aan te raden om wel de treden van de ladder langs te lopen!

Bron: AbRvS 25 februari 2015, nr. 201403261/1/R2

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door