Terug naar overzicht
Kennis

Het toepassingsbereik van de Ladder: een moskee is een stedelijke ontwikkeling!

In een uitspraak van 15 februari jl. verduidelijkt de Afdeling het toepassingsbereik van de Ladder. Deze uitspraak is gewezen in een hoger beroepsprocedure over het realiseren van een moskee. Het college van B&W van de gemeente Tilburg heeft een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een moskee met 920 gebedsplaatsen en bijbehorende ruimten ter vervanging van de tijdelijke locatie van de moskee. Omwonenden van de locatie zijn opgekomen tegen deze omgevingsvergunning.

Het begrip stedelijke ontwikkeling

De Afdeling gaat allereerst in op de definitie van het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’, de rol die de Handreiking daarbij speelt en de strekking van de Ladder. De definitie van het begrip is vastgelegd in artikel 1.1.1 onder i van het Bro: “een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Wat onder ‘andere stedelijke voorzieningen’ moet worden verstaan, is nader verduidelijkt in de Handreiking: “accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure”.

De Afdeling overweegt dat de omstandigheid dat gebouwen ten behoeve van religieuze doeleinden niet expliciet worden genoemd in de opsomming in de Handreiking, niet doorslaggevend is voor de vraag of al dan niet sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dat is de strekking van de Ladder: het tegengaan van leegstand. Het tegengaan van leegstand speelt niet bij infrastructuur, waardoor een vergelijking met de jurisprudentie van de Afdeling over wegen en busbanen niet op gaat. Die strekking is wel aan de orde bij gebouwen. En dus kan een gebouw voor religieuze doeleinden worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, aldus de Afdeling.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling?

Dan komt de vraag aan de orde of wel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan laat een moskee toe. Ten opzichte van dit plan neemt de footprint af, wordt gebouwd op een locatie waar op basis van het plan nog niet gebouwd mocht worden en neemt de bouwhoogte toe. Is sprake van een nieuwe ontwikkeling?

De Afdeling maakt  duidelijk dat het al dan niet gelijk blijven van de footprint niet bepaalt of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De omvang van het bebouwde oppervlak is hierbij doorslaggevend. Nu de bouwhoogte toeneemt ten opzichte van het bestemmingsplan, en daarmee het bebouwde oppervlak zal toenemen, brengt het enkele gegeven dat de footprint kleiner wordt niet mee dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Het verplaatsen van een bestaande functie

Nu de Afdeling tot de conclusie komt dat het verplaatsen van de moskee een nieuwe stedelijke ontwikkeling is, moet worden getoetst aan de treden van de Ladder. In de oorspronkelijk verleende omgevingsvergunning is ervan uit gegaan dat niet aan de Ladder hoefde te worden getoetst. Wel heeft het college opgemerkt dat sprake is van de verplaatsing van een bestaande moskee.

Bij het verplaatsen van een bestaande functie is de actuele regionale behoefte aan die functie een gegeven. Deze lijn heeft de Afdeling vorig jaar ingezet. In twee uitspraken oordeelde de Afdeling dat de behoefte aan een functie vaststond omdat daarbij sprake was van een verplaatsing van een bestaande en reeds gevestigde functie. Over één van deze uitspraken is eerder een bericht op dit blog verschenen.

Deze lijn baat het college in dit geval niet. Dit lijkt erin te zitten dat het college ervan uit is gegaan dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, en dus meende dat niet aan de Ladder hoefde te worden getoetst. Dat het college in de ruimtelijke onderbouwing wel heeft opgenomen dat het gaat om een verplaatsing van een reeds bestaande moskee, voorkomt niet dat sprake is van een gebrekkig besluit.

Deze overweging roept de vraag op of toch niet deels van de vaste lijn over bestaande functies wordt afgeweken. Uitgaande van de vaste lijn had het gebrek van het niet expliciet toetsen aan de Ladder in dit geval met één zin gerepareerd kunnen worden: er is sprake van een actuele regionale behoefte omdat sprake is van de verplaatsing van een bestaande functie. Toch is het besluit vernietigd. Het is daarom aan te raden om bij twijfel over de toepasbaarheid van de Ladder bij de verplaatsing van een bestaande functie toch de eenvoudigere Laddertoets op te nemen in de onderbouwing van het besluit.

Bron AbRvS 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:381

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door