Terug naar overzicht
Kennis

Last onder dwangsom en rechtszekerheid: het voorbeeld van de beeldbepalende kozijnen

Bij de formulering van een last onder dwangsom is het belangrijk aandacht te besteden aan het rechtszekerheidsbeginsel. Degene tot wie de last is gericht moet kunnen begrijpen wat hij moet doen of nalaten om de overtreding te beëindigen, zo volgt uit vaste rechtspraak. De toepassing hiervan is in de praktijk niet altijd eenvoudig, bijvoorbeeld wanneer de kozijnen van een beeldbepalend pand moeten worden teruggebracht naar de oude situatie. De Voorzieningenrechter van de Afdeling oordeelt in een uitspraak van 17 november 2021 dat de betreffende last onvoldoende duidelijk is.

Wat speelde in deze zaak?

Een inwoner van Leiden vervangt in 2017 de kozijnen van zijn woning, die in het bestemmingsplan is aangeduid als beeldbepalend pand. Na een handhavingsverzoek van de buren in 2019 en twee controles van de toezichthouder legt het college van B&W in 2020 een last onder dwangsom op. De last bepaalt dat de huiseigenaar de strijdigheden met art. 2.1 lid 1 onder a en c en art. 2.3a lid 1 van de Wabo moet beëindigen. Dit kan, zo staat in de last, door de betreffende kozijnen te vervangen door kozijnen met dezelfde detaillering, profilering en vormgeving als de vorige kozijnen.

Het bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard. Hangende het hoger beroep verzoekt de huiseigenaar om een voorlopige voorziening. Vanwege dit verzoek verlengt het college de begunstigingstermijn tot 1 december 2021.

Hoe oordeelt de Voorzieningenrechter?

Naar voorlopig oordeel van de Voorzieningenrechter heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de huiseigenaar artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo heeft overtreden. Uit de foto’s van het constateringsrapport blijkt dat de detaillering en de profilering van de kozijnen zijn veranderd, zonder de benodigde omgevingsvergunning. Dat is in strijd met de regels over beeldbepalende panden in het bestemmingsplan ‘Leiden Oost’.

Wat betreft de duidelijkheid van de last is het oordeel van de Voorzieningenrechter anders dan dat van de rechtbank. Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld, vereist het rechtszekerheidsbeginsel dat een last zodanig duidelijk en concreet wordt geformuleerd, dat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeft te tasten over wat gedaan of nagelaten moet worden om de overtreding te beëindigen, zo stelt de Voorzieningenrechter voorop.

Volgens de last kan de huiseigenaar de overtreding beëindigen door de kozijnen te vervangen door kozijnen met dezelfde detaillering, profilering en vormgeving als de vorige kozijnen. De foto’s uit het dossier maken echter niet duidelijk hoe de vorige kozijnen er precies uit zagen. De stelling van het college dat het mogelijk moet zijn om van de laatst vergunde situatie tekeningen te laten maken door een architect, is volgens de Voorzieningenrechter onvoldoende. Het is onduidelijk of het college de vergunde situatie van vlak voor de aanpassingen in 2017 bedoelt. Verzoeker heeft namelijk gesteld dat er al eerdere aanpassingen aan de kozijnen zijn gedaan. In de toelichting van Erfgoed Leiden en Omstreken werd volgens de Voorzieningenrechter vooral gesproken over andere aanpassingen aan de kozijnen dan de aanpassingen waar de last betrekking op heeft.

De Voorzieningenrechter schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit waarbij de last is opgelegd. Het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure in hoger beroep zal moeten worden afgewacht.

Wat kunt u met deze uitspraak?

Op grond van artikel 5:32a lid 1 Awb omschrijft de last de te nemen herstelmaatregelen. De formulering van de herstelmaatregelen moet voldoende concreet en duidelijk zijn. Daar vraagt deze uitspraak aandacht voor. De overtreder moet direct begrijpen wat nodig is om aan de last te voldoen. Wanneer de overtreder op meerdere manieren aan de last kan voldoen, mag de last overigens niet verplichten tot één bepaalde uitvoeringswijze. Wel kan bij wijze van voorbeeld een methode om aan de last te voldoen worden beschreven.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van 17 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2546).

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door