Terug naar overzicht
Kennis

Met deze zes kerninstrumenten past u straks de Omgevingswet toe (deel 4)

De invoering van de Omgevingswet wordt op dit moment voorzien in januari 2022. Deze nieuwe wet zal aanzienlijke veranderingen in het omgevingsrecht teweegbrengen. Wat betekent dit voor de praktijk? Omdat u al ruim voor inwerkingtreding van de wet beslagen ten ijs wilt komen, zoomen wij middels een blogreeks in op tal van onderwerpen die daarvoor van belang zijn. Te beginnen met de zes kerninstrumenten onder de Omgevingswet. Deze zes vervangen tientallen bestaande instrumenten op het gebied van het omgevingsrecht, waaronder het bestemmingsplan, het bestemmingsplan en de structuurvisie. Wij bespraken in onze eerste blogs al de omgevingsvisie, het programma, de algemene rijksregels, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Dit keer is het projectbesluit aan de beurt.

Algemene kenmerken van het projectbesluit

Het projectbesluit is een nieuw instrument onder de Omgevingswet (Ow). Dit instrument vervangt het Tracébesluit op grond van de Tracéwet, de projectplanprocedure op grond van de Waterwet, het inpassingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de coördinatieregelingen uit deze wetten en de Ontgrondingenwet.

Middels een projectbesluit kunnen het Rijk (minister), provincies (Gedeputeerde Staten) en waterschappen (dagelijks bestuur) projecten met een publiek nationaal, provinciaal of waterstaatsbelang realiseren. Denk hierbij aan de wijziging van een snelweg of de aanleg van een groot windmolenpark. Maar ook aan dijkversterkingen of de ontwikkeling van een hoogspanningsnetwerk of natuurgebied. Het projectbesluit wijzigt hiervoor het omgevingsplan van een of meerdere gemeenten indien dat nodig is voor het uitvoeren en in werking hebben of in stand houden van het project (art 5.52 lid 1 Ow). Het projectbesluit integreert verschillende toestemmingen in één besluit. Zo kan het projectbesluit gelden als omgevingsvergunning (art 5.52 lid 2a Ow) of als ander besluit (art 5.52 lid 2b, Ow). Art 5.7 Omgevingsbesluit (Ob) wijst aan welke besluiten dit kunnen zijn, bijvoorbeeld een verkeersbesluit.

Voor sommige projecten is het nemen van een projectbesluit verplicht. Dat gaat bijvoorbeeld om een versterking van een primaire waterkering, of de aanleg van autowegen, spoorwegen en vaarwegen. De verplichting om voor bepaalde projecten een projectbesluit te nemen, wordt ook bepaald in de Elektriciteitswet, Gaswet en Mijnbouwwet. Dat zijn bijvoorbeeld windparken met een bepaald opgesteld vermogen.

Een projectbesluit kan er overigens ook komen op privaat initiatief. Een ondernemer die graag een windpark wil beginnen, kan dan bijvoorbeeld aankloppen bij gedeputeerde staten en vragen of het hiervoor een projectprocedure wil starten. Daar kan het bevoegd gezag dan in meegaan wanneer de doelen van de initiatiefnemer samenvallen met de doelen van het bevoegd gezag.

Projectprocedure: de stappen om tot een projectbesluit te komen Om tot een projectbesluit te komen dient het bevoegd gezag de projectprocedure te volgen (afd 5.2 Ow; H5 Ob).

De eerste stap in de projectprocedure is het doen van de kennisgeving van het voornemen een projectprocedure te starten. Het bevoegd gezag geeft onder meer aan dat het een verkenning gaat doen naar de mogelijke uitvoering van dit project.

De projectprocedure verplicht tot vroegtijdig participeren (o.a. art 5.47 Ow, art 5.3 Ob). Tegelijkertijd met de kennisgeving van het voornemen, of kort daarna, volgt dan ook een kennisgeving participatie. Al voor het bevoegd gezag de projectverkenning start, of uiterlijk bij aanvang van de verkenning, moet het in de kennisgeving participatie aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zullen worden betrokken. Hoe het participatieproces zelf vervolgens moet worden ingericht is in de Omgevingswet niet geregeld.

De tweede stap is de verkenningsfase. In deze fase brengt het bevoegd gezag de opgave in kaart, evenals relevante ontwikkelingen in de omgeving (die eventueel in samenhang kunnen worden opgepakt), en de mogelijke oplossingsrichtingen. Ook derden kunnen mogelijke oplossingsrichtingen aandragen. Daarbij kunnen zij bovendien vragen om een onafhankelijk advies over het verder meenemen van die oplossingsrichting in de verkenning.

In sommige gevallen wordt de verkenningsfase gevolgd door een voorkeursbeslissing, waarin het bevoegd gezag aangeeft naar welke oplossingsrichting tot nu toe de voorkeur uitgaat. Als reactie daarop is enkel het indienen van zienswijzen mogelijk en geen bezwaar en/of beroep. In een voorkeursbeslissing staan ook de resultaten van de verkenning en geeft het bevoegd gezag aan wat het heeft gedaan met de aangedragen oplossingen van derden. Waar het gaat om nader genoemde opgaven op rijksniveau met betrekking tot infrastructurele werken (wegen, vaarwegen en spoor) is het bevoegd gezag verplicht om een voorkeursbeslissing te nemen. In de meeste gevallen is het echter aan het bevoegd gezag zelf om te bepalen of een voorkeursbeslissing moet worden genomen. Of een voorkeursbeslissing deel uitmaakt van de procedure moet overigens al worden aangegeven bij het voornemen.

Ten slotte volgt het projectbesluit zelf. Deze wordt voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Daarom wordt er eerst een ontwerp-projectbesluit ter inzage gelegd. Het projectplan bevat onder meer de projectbeschrijving, en welke (tijdelijke) maatregelen nodig zijn om het project uit te voeren. Ook moet het bevoegd gezag daarin maatregelen opnemen die worden genomen om de nadelige effecten van het project te mitigeren.

Waarom nu de projectprocedure?  Waarom is onder het nieuwe stelsel gekozen voor het projectbesluit met een projectprocedure?

Het huidige instrumentarium, onder meer het Tracébesluit op grond van de Tracéwet en het inpassingsplan uit de Wro, kent verschillende eigen procedures om een (complexe) ingreep in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken. Door die verschillende werkwijzen procedureel recht te trekken met het projectbesluit en -procedure is het de bedoeling dat het omgevingsrechtstelsel eenvoudiger en overzichtelijker wordt. Daarnaast is de projectprocedure zodanig ingericht dat een evenwichtige belangenafweging mogelijk is, omdat helemaal aan de voorkant van de besluitvorming al participanten worden betrokken. Tegen een projectbesluit staat beroep in één instantie open en ook geldt hier een kortere beslistermijn bij de bestuursrechter, namelijk 6 maanden (art 16.87 Ow). Zo valt op dat ook in dit kerninstrument van de nieuwe Omgevingswet eenheid, participatie en snelle doorlooptijden een belangrijke rol vervullen!

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door