Terug naar overzicht
Kennis

Een stap dichter bij de Omgevingswet

  •  · 
grassOp 18 februari jl. heeft de Minister van Infrastructuur een nota naar aanleiding van het verslag omtrent de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend.

In het verslag, welke op 29 oktober 2014 verscheen, stelden de fracties verschillende vragen over de beoogde werking en de verdere uitwerking van de Omgevingswet. Veel van deze vragen waren toegespitst op de thema’s “sturing op kwaliteit van de fysieke leefomgeving”,” de balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid” en “de verhouding tussen wet en AMvB’s”. In de nota beantwoordt de Minister verschillende cruciale vragen. Samengevat wordt het volgende gesteld:

  • Het wetsvoorstel biedt de instrumenten, taakopdrachten, bevoegdheden en verplichtingen om te zorgen dat de doelen van de wet voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden gerealiseerd. Daarbij gaat het wetsvoorstel uit van een samenhangende aanpak die ervoor zorgt dat alle relevante belangen van begin af aan worden meegenomen in het beleids- en besluitvormingsproces.
  • De verschillende flexibiliteitsmogelijkheden zorgen ervoor dat de toepassing van de Omgevingswet op maat is en de wettelijk geborgde procedures en rechtsbescherming voor belanghebbenden op de situatie zijn toegesneden. De flexibiliteitsbepalingen zijn bedoeld om de fysieke leefomgeving goed te beschermen en doelmatig te benutten. De toepassing moet altijd gericht zijn op de concrete doelen en blijven binnen begrenzingen die de regelgeving daaraan stelt.
  • De stelselherziening kenmerkt zich door een intensieve betrokkenheid van belangenorganisaties, vertegenwoordigers van andere overheden, praktijkdeskundigen, wetenschappers en andere belangstellenden. Daarnaast zorgt het wetsvoorstel ervoor dat er vroegtijdig een openbaar debat en een brede maatschappelijke discussie over de ontwerp-regelgeving kan plaatsvinden. Dit versterkt het draagvlak en de kwaliteit van de nieuwe regels.
  • Via de Invoeringswet kunnen wijzigingen worden aangebracht in de Omgevingswet. Daarmee wordt het mogelijk om onderdelen van AMvB’s alsnog wettelijk te regelen. De nieuwe omgevingswetgeving kan alleen in werking treden als beide Kamers met de Invoeringswet hebben ingestemd. Dit zorgt voor een zorgvuldig en transparant totstandkomingsproces met diverse checks and balances.
  • De hoofdelementen van het wettelijke systeem zijn in het wetsvoorstel vastgelegd. Daarnaast wordt er sturing gegeven aan de uitwerking van concrete normstelling bij AMvB. De bundeling van regels gaat de bestaande versnippering tegen en vergroot de samenhang, inzichtelijkheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht. Daarnaast vereenvoudigt de bundeling van de normen op AMvB-niveau een goede en tijdige implementatie van Europese en internationale verplichtingen
  • De keuze voor bundeling in een beperkt aantal AMvB’s omvat geen oordeel over het belang van de normen of het beschermingsniveau. Door alle normen op hetzelfde niveau te regelen wordt voorkomen dat er misvattingen ontstaan over het belang van de ene norm ten opzichte van de andere norm. De waarborgen voor de fysieke leefomgeving en de bescherming van de belangen dienen daarnaast op dezelfde wijze in de regelgeving te worden verzekerd als wanneer die op wetsniveau worden geregeld. Een gelijkwaardig beschermingsniveau is een belangrijk uitgangspunt voor de stelselherziening.

Deel dit artikel via