Terug naar overzicht
Kennis

Over tunnels en zo

tunnel Noord-ZuidOp 25 en 26 september 2013 was er alweer de derde Conferentie Tunnelveiligheid, waar de schrijver van dit blogbericht inmiddels traditiegetrouw een inleiding heeft gegeven met juridische tips en tricks. De grote opkomst elk jaar rechtvaardigt de conclusie dat de tunnelveiligheidsproblematiek breed speelt. Dat is ook logisch.

De meeste lezers van dit blog zullen in een tunnel vooral een kunstwerk zien, in beide betekenissen van het woord. En dat is het ook. Als advocaat ruimtelijk bestuursrecht met een voorliefde voor technische kwesties, ben ik steeds weer onder de indruk als ik door de A2-tunnel bij Leidsche Rijn of de Tweede Coentunnel rijd. Het bezoek dat ik met onze sectie Ruimte en milieu bracht aan de boortunnel van de Noord/Zuidlijn was een feestje. Ik koester de foto die ik daar ver onder de grond recht voor de beide buizen heb kunnen maken (twitter: @LieSchippers). Ik kan mij dan ook voorstellen dat de aannemer, zodra de tunnel technisch af is, niets liever wil dan met champagne een probleemloze openstelling vieren. Maar daar is meer voor nodig dan alleen een bouwtechnisch hoogstandje. Zoveel hebben de openingsperikelen van tunnels in de A73 en de A2 bij Leidsche Rijn ons wel geleerd. Want ook juridisch moet de tunnel, op tijd, op orde zijn.

Nieuwe regelgeving

Sinds 1 juli 2013 is er nieuwe regelgeving (Warvw en Rarvw), die harde eisen stelt op het punt van de tunnelveiligheid. Zo geldt er een algemene veiligheidsnorm; een groepsrisiconorm waaraan alle tunnels moeten voldoen. En die voor alle tunnels op dezelfde manier berekend moet worden, namelijk met het QRA-model (voorgeschreven in bijlage 1 bij de Rarvw). Verder zijn er belangrijke juridische mijlpalen: het ruimtelijk-planologisch besluit, de omgevingsvergunning voor het bouwen van de tunnel en de openstellingsvergunning.

Openstellingsvergunning

Met name het verkrijgen van een openstellingsvergunning blijkt in de praktijk vaak problemen op te leveren. Waarom? Omdat daarna de slagbomen open gaan. Het bevoegd gezag voelt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het tunnelverkeer op zijn schouders en wil alles nog één keer rustig beoordelen. De tunnelbeheerder heeft juist haast en wil het kunstwerk na een jarenlang traject, van eerste plannen tot finale tests, eindelijk openstellen. Het verdient aanbeveling om het niet op het laatste moment aan te laten komen. Deel als tunnelbeheerder beschikbare gegevens en rapporten zo snel mogelijk met het bevoegd gezag. Spaar niet alles op tot het moment van de officiële aanvraag. Dat haalt een hoop druk van de ketel.

Verschillende typen tunnels

De ene tunnel is de andere niet. Naast nieuwe tunnels zijn er natuurlijk bestaande tunnels. Die moeten ook worden aangepakt om, afhankelijk van het type weg, in 2014 dan wel 2019 aan de veiligheidsnorm te voldoen. Vergt dat een ‘wezenlijke wijziging’ (hetgeen, zoals alles in het juridische, een rekbaar begrip is), dan is een openstellingvergunning verplicht. Verder maakt de wet onderscheid in rijkstunnels en niet-rijkstunnels. Het is de bedoeling dat er voor beide typen gestandaardiseerde uitrustingen in de wet komen, maar tot nu toe zijn die er alleen voor de rijkstunnels. Hoewel er dus op papier nog de nodige vrijheid in het ontwerp en de toepassing van de verschillende installaties bestaat voor de gemeentelijke en provinciale tunnels, is het toch verstandig zoveel mogelijk bij de gestandaardiseerde uitrusting aan te sluiten. Dat voorkomt discussies over het veiligheidsniveau dat de gekozen afwijkende voorzieningen bieden en over de vraag of bovenop die voorzieningen niet toch nog wat aanvullende maatregelen nodig zijn.

Dit blogbericht is als column verschenen in het vaktijdschrift Grond/Weg/Waterbouw.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door