Terug naar overzicht
Kennis

Onteigening: dagvaarden overleden eigenaar

  •  · 
LandbouwgebiedIn de procedure die leidde tot het arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2014 had de gemeente zowel de overleden eigenaar (die ook als zodanig in het Koninklijk Besluit was vermeld als rechthebbende) als de erfgenaam van de overleden eigenaar gedagvaard en gevorderd de vervroegde onteigening uit te spreken. De erfgenaam beriep zich op niet-ontvankelijkheid van de gemeente omdat de gemeente had verzuimd de rechtbank te verzoeken een ‘derde’ in de zin van artikel 20 onteigeningswet (Ow) te benoemen.

Rechtbank

Bij tussenvonnis heeft de rechtbank de gemeente in de gelegenheid gesteld alsnog het verzoek als bedoeld in artikel 20 Ow te doen. Daartoe overwoog de rechtbank dat de gemeente, alvorens de procedure te starten, een verzoek aan de rechtbank tot benoeming van een derde had moeten indienen en dat, nu de gemeente dat niet heeft gedaan, de gemeente in haar vordering tegen de erfgenaam niet ontvankelijk moet worden verklaard.

Het dagvaarden van de erfgenaam is bovendien onjuist, nu de Ow voorschrijft dat de in het Koninklijk Besluit als zodanig aangewezen eigenaar dient te worden gedagvaard, dan wel, indien deze is overleden, een derde dient te worden benoemd. De erfgenaam bezat en bezit geen van beide genoemde kwaliteiten. De dagvaarding bevat dan ook volgens de rechtbank een gebrek.

De rechtbank is van mening dat dit gebrek kan worden hersteld, door de gemeente alsnog in de gelegenheid te stellen een verzoek tot benoeming van een derde in te dienen. Voorts overweegt de rechtbank dat de erfgenaam hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van enige vertraging in de procedure. Bovendien heeft de erfgenaam inhoudelijk verweer tegen de onteigening gevoerd.

Hoge Raad

In cassatie overweegt de Hoge Raad dat uit artikel 18 Ow volgt dat het onteigeningsgeding aanvangt doordat de onteigenende partij overgaat tot dagvaarding van degene die bij het Koninklijk Besluit als eigenaar is aangewezen.

Voor het geval dat de bij het onteigeningsbesluit aangewezen eigenaar is overleden, bepaalt art. 20 lid 3 in verbinding met lid 1 Ow dat het geding wordt gevoerd tegen een op verzoek en op kosten van de onteigenende partij te benoemen derde. Uit deze wetsartikelen, in samenhang bezien, volgt dat de derde dient te zijn benoemd voordat het onteigeningsgeding – tegen die derde als formele procespartij – wordt aangevangen. De onteigeningsprocedure voorziet niet in de mogelijkheid tot benoeming van een derde nadat het geding is aangevangen.

Hiermee bevestigt de Hoge Raad nog maar eens de hoofdregel dat de in het Koninklijk Besluit aangewezen eigenaar altijd moet worden gedagvaard en dat indien de in het Koninklijk Besluit aangewezen eigenaar is overleden, een derde moet worden benoemd, tegen wie het onteigeningsgeding moet worden gevoerd.

Bron: HR 26 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1537 

Deel dit artikel via