Terug naar overzicht
Kennis

Onteigening verontreinigd perceel binnen complex: wel of niet saneringskosten verrekenen?

  •  · 

wump-world-1535812-639x479In zijn arrest van 24 juni jl. heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de vraag hoe moet worden omgegaan met een verontreinigd perceel binnen een complex bij de berekening van de schadeloosstelling. Indien de saneringskosten enkel het onteigende betreffen, dienen deze kosten niet te worden gespreid over alle gronden van het complex, maar in mindering te worden gebracht op de waarde van het verontreinigde perceel, aldus de Hoge Raad.

In deze zaak had de gemeente Tiel de onteigening gevorderd van een aantal percelen ten behoeve van de realisatie van een nieuw woongebied nabij het centrum van Tiel. Bij de waardebepaling van het onteigende, waarvan de bodem is verontreinigd, heeft de rechtbank het betoog van de onteigende, dat de saneringskosten moeten worden omgeslagen over alle gronden van het complex waarvan de verontreinigde percelen deel uitmaken, verworpen en aan het onteigende een minderwaarde in verband met die verontreiniging toegekend.

In cassatie voert de onteigende aan dat bij een waardebepaling op basis van ruwe bouwgrond in de zin van art. 40d Ow alle lasten die relevant zijn voor het in exploitatie brengen van het complex in aanmerking dienen te worden genomen. Artikel 40d Ow betreft het egalisatiebeginsel, dat inhoudt dat de verschillende bestemmingen die rusten op het geheel van het complex worden uitgesmeerd over alle gronden binnen dat complex. In een geval waarin de noodzaak tot sanering van verontreinigde grond is ontstaan door de aan de onteigening ten grondslag liggende bestemming, zouden ook de met de verontreiniging samenhangende lasten gelijkelijk moeten worden omgeslagen over alle in het complex gelegen gronden, aldus de onteigende.

De Hoge Raad oordeelt dat artikel 40d Ow er niet toe strekt de waardeverschillen die zich tussen verschillende stukken grond voordoen om andere redenen dan de daaraan gegeven bestemmingen, geheel te elimineren. Aan een onteigend stuk grond binnen een complex kan dan ook een andere waarde worden toegekend dan de complexwaarde, indien de bijzondere ligging of hoedanigheid van die grond de waarde daarvan zodanig beïnvloedt dat bij een veronderstelde verkoop ervan in het vrije commerciële verkeer tussen een redelijk handelend verkoper en een redelijk handelend koper een hogere of lagere prijs tot stand zou komen dan de complexwaarde. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de lijn die reeds uiteen is gezet het arrest van 15 april 2011. In casu geldt dat de te maken saneringskosten enkel het onteigende betreffen. Daarom heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat sprake is van een bijzondere (negatieve) hoedanigheid van het onteigende, waardoor een redelijk handelend koper een lagere prijs voor het onteigende zou betalen dan de complexwaarde.

De gemeente Tiel is in cassatie bijgestaan door mr. M.W. Scheltema.

Bronnen:

HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1273;

Conclusie A-G 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:164;

HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2316.

Deel dit artikel via