Terug naar overzicht
Kennis

Over smaak valt niet te twisten, maar over de redelijke eisen van welstand wel

Het uiterlijk van bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, zo bepaalt artikel 12 lid 1 van de Woningwet. Welstandsexcessen zijn daarmee verboden. In de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 is het de vraag of de veelbesproken fel geelgroen geverfde woning in de wijk Boatex in Den Helder een welstandsexces betreft. In dit blogbericht lichten wij toe hoe de Afdeling deze vraag beoordeelt.

Wat speelde in deze zaak?

In 2017 heeft appellante de buitenkant van haar woning in een felle, geelgroene kleur geverfd. Het college heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: CRK) gevraagd het uiterlijk van de woning te beoordelen aan de hand van de redelijke eisen van welstand. De CRK concludeerde dat de kleur van de woning een welstandsexces opleverde, waarna het college appellante verzocht om haar woning te schilderen. Dit weigerde zij. De CRK heeft vervolgens uitvoeriger beoordeeld of het uiterlijk van de woning voldeed aan de welstandscriteria en wederom werd geconcludeerd dat sprake was van een welstandsexces.

Het college heeft appellante vervolgens wegens strijd met artikel 12 lid 1 van de Woningwet gelast om binnen vier maanden de voor- en achtergevel van de woning te (laten) verven in een andere kleur dan de fel geelgroene kleur, op straffe van bestuursdwang. Het college heeft appellante daarbij verzocht eerst goedkeuring te verkrijgen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voordat zij overgaat tot het schilderen van de woning in een andere kleur.

Appellante gaat in bezwaar en vervolgens in beroep bij de rechtbank Amsterdam, maar krijgt in beide procedures nul op het rekest. Volgens de rechtbank heeft het college de kleur van de woning in redelijkheid kunnen aanmerken als een welstandsexces. Appellante gaat vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling).

Wat stellen partijen voor de Afdeling?

Appellante stelt dat van een welstandsexces geen sprake is en levert daartoe een tegenadvies aan. Hierin wordt opgemerkt dat de kleur van de woning in harmonie is met de historische omgeving en dat enkele woningen in de omgeving zelfs bordeauxrood of heel donkergrijs tot zwart zijn. Tevens stelt appellante dat de last onder bestuursdwang onduidelijk is geformuleerd, omdat niet duidelijk wordt wanneer bij een nieuwe kleur aan de wensen van de CRK tegemoet wordt gekomen. Het resultaat van de opnieuw te verrichten beschildering kan volgens haar pas worden getoetst als deze voltooid is.

Het college stelt zich onder verwijzing naar het advies van de CRK op het standpunt dat de kleur van de woning een welstandsexces oplevert, omdat de aangebrachte kleur te fel is, gezien het samenhangende en harmonieuze bebouwingsbeeld van de wijk. De andere gekleurde woningen waarnaar appellante had verwezen hebben volgens het college niet dezelfde intensiteit als de woning van appellante. Een aantal woningen in de wijk is in een niet-lichte tint geschilderd, maar deze afwijkende kleuren zijn nooit individueel voorgelegd aan de CRK. De andere gekleurde woningen worden door het college niet als exces gezien, maar als niet passend.

Wat staat er in de Welstandsnota?

In de Welstandsnota Den Helder 2015 is opgenomen dat de wijk Boatex door de geïsoleerde ligging en de toegepaste architectuurstijl met licht gekleurde gevels een zelfstandig karakter heeft. Ook wordt in de Welstandsnota opgemerkt dat geen sterk contrasterende of felle kleuren mogen worden gebruikt. Voor bepaalde woonbuurten, waaronder Boatex, zijn volgens de Welstandsnota gekleurde gevels juist kenmerkend.

Bij het toepassen van de excessenregeling wordt op grond van de Welstandsnota het criterium gehanteerd dat bij een bouwwerk of deel daarvan sprake moet zijn van onmiskenbare strijdigheid met de in de nota opgenomen criteria, en/of een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen duidelijk is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Verder staat in de welstandsnota dat een exces vaak betrekking heeft op toepassing van felle of contrasterende kleuren op gevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte of een te grove inbreuk vormt op wat in de omgeving gebruikelijk is.

Conclusie van de Afdeling

De Afdeling overweegt allereerst dat het bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Indien een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan deze aspecten naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat een partij over het advies heeft aangevoerd, aldus de Afdeling

In dit geval is de Afdeling van oordeel dat het college zich, in navolging van het advies van de CRK, in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de kleur van de voor- en achtergevel een welstandsexces betreft. Uit de welstandsnota volgt dat gekleurde gevels weliswaar karakteriserend zijn voor de wijk Boatex, maar dat dit alleen geldt voor licht gekleurde gevels en niet voor felle of sterk contrasterende op de gevels aangebrachte kleuren. Het college heeft volgens de Afdeling, onder verwijzing naar de adviezen van de CRK, voldoende gemotiveerd dat de door appellante op de woning aangebrachte geelgroene kleur een felle of sterk contrasterende kleur is die door de intensiteit daarvan afbreuk doet aan de harmonie in de wijk. Niet is gebleken dat in de welstandsadviezen van de CRK een onjuiste toepassing is gegeven aan de in de welstandsnota neergelegde criteria, aldus de Afdeling.

Ten aanzien van de onduidelijkheid van de last merkt de Afdeling op dat de omstandigheid dat het college in de last heeft opgenomen dat zij de door haar gewenste kleur aan de CRK kan voorleggen, juist bijdraagt aan de rechtszekerheid. Door geen limitatieve opsomming te geven van acceptabele kleuren, behoudt appellante volgens de Afdeling enige mate van keuzevrijheid. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat slechts na uitvoering van de schilderwerkzaamheden kan worden beoordeeld of een kleur passend is in de omgeving.

Gelet op het voorgaande overweegt de Afdeling dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college de last onder bestuursdwang heeft mogen opleggen en dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat appellante handelt in strijd met de Woningwet.

Lessen voor de praktijk

Uit bovengenoemde uitspraak volgt dat voor de vraag of sprake is van een welstandsexces, met name van belang is wat hierover is opgenomen in de Welstandsnota. Langs die lat wordt de specifieke situatie gelegd. Gelet daarop is van belang dat reeds bij het opstellen van de Welstandsnota goed wordt nagedacht over mogelijke aspecten die welstandsexcessen opleveren, zodat deze in de Welstandsnota kunnen worden verwerkt.

Daarnaast volgt uit de uitspraak dat in gevallen waarin een deskundige zoals de CRK wordt ingeroepen, het bestuursorgaan in beginsel op het advies van die deskundige kan afgaan. Het bestuursorgaan dient slechts een nadere motivering te bieden, indien een partij concrete aanknopingspunten naar voren brengt voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de redeneringen en de aansluiting van conclusies daarop.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1659

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6987

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door