Terug naar overzicht
Kennis

Planschadevergoeding o.b.v. de Wro kan voor gaan op planschade o.b.v. de Waterwet

waterkering2In de zaak die leidde tot de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 22 december 2015 staan twee eisers tegenover het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard (hierna: de gemeente), omdat de gemeente  bij besluit de aanvragen om een tegemoetkoming in planschade heeft afgewezen. Het bezwaar hiertegen is ongegrond verklaard. Eisers hebben de aanvragen ingediend, in verband met schade ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan "Valkenswaard-Zuid" en het uitwerkingsplan "Lage Heide Natuur". De schade vloeit voort uit de aanwijzing van de gronden van de eisers tot waterbergingsgebieden.

Discussie

De discussie bestaat er in dat de gemeente zich op het standpunt heeft gesteld de Waterwet het exclusieve kader vormt voor schade als gevolg van waterberging. De gemeente verwijst voor de onderbouwing van dit standpunt naar de pagina's 36 en 37 van de Memorie van toelichting bij Invoeringswet Waterwet. Eisers menen dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de planologische aanwijzing, in het bestemmingsplan, van gronden ten behoeve van "Waterberging", waarvan de schade dient te worden vergoed op grond artikel 6.1 van de Wro, en de inrichting van het gebied, waarvan de schade valt onder de reikwijdte van artikel 7.14, eerste lid, van de Waterwet.

Op grond van artikel 7.16 van de Waterwet blijft Afdeling 6.1 van de Wro buiten toepassing, voor zover een belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid. Indien zowel op Afdeling 6.1 van de Wro als op artikel 7.14 een beroep kan worden gedaan, wordt op basis van de voorrangsregeling van artikel 7.16 van de Waterwet de planologische schade onder de werking van de Waterwet afgehandeld.

Beoordeling

De rechtbank haalt een drietal uitspraken aan van de Afdeling (van 25 april 2012, van 31 oktober 2012 en van 25 februari 2015). De rechtbank leidt uit deze uitspraken, in combinatie met de geschiedenis van de totstandkoming van de Waterwet, af dat er zich situaties kunnen voordoen waarin de aanwijzing van een waterbergingsgebied voor vergoeding op grond van de Waterwet in aanmerking komt en dat die schadevergoeding mede een vergoeding betreft van eventuele nadelige planologische gevolgen van die aanwijzing. Hiervan is met name sprake, wanneer zowel een aanwijzing in het planologische spoor als een aanwijzing in het waterspoor - door opname op de legger - heeft plaatsgevonden. In dat geval biedt artikel 7.16 van de Waterwet een voorrangsregeling. Er kunnen zich echter situaties voordoen dat een aanwijzing in het ruimtelijke spoor heeft plaatsgevonden, maar een aanwijzing in het waterspoor (nog) achterwege is gebleven. In dat geval is er mogelijk al schade opgetreden. Bij het ontbreken van een aanwijzing van de waterberging op de legger is echter (nog) geen sprake van een situatie waarin een belanghebbende met betrekking tot die schade een beroep kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid. In een dergelijk geval biedt afdeling 6.1 van de Wro de grondslag voor een verzoek om een tegemoetkoming in de schade.

In dit geval is sprake van een aanwijzing van gronden voor waterberging in het uitwerkingsplan dat op 24 maart 2011 in werking is getreden. Deze gronden, die in het uitwerkingsplan de dubbelbestemming "Waterberging" hebben gekregen, zijn op de laatste versie van de legger, van 24 juli 2015, nog niet als zodanig aangewezen. Dit betekent dat eisers geen aanspraak kunnen maken op een vergoeding van eventueel ontstane schade door een aanwijzing op grond van artikel 7.14, eerste lid, van de Waterwet. De gemeente heeft zich dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat de voorrangsregeling van artikel 7.16 van de Waterwet van toepassing is en eisers zich met een verzoek om schadevergoeding tot waterschap De Dommel moeten richten.

Bron: Rb. Oost-Brabant 22 december 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:7376.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door