Terug naar overzicht
Kennis

Pas op voor natuur

natuur LS1We hebben in ons kleine landje ongelooflijk veel prachtige natuurgebieden die de bijzonderste planten en dieren herbergen. Deze worden door de wet beschermd. Dat is ook nodig, maar heeft zo zijn keerzijde als je in de buurt van zo’n natuurgebied een weg of gebiedsontwikkeling wilt realiseren. Dan kunnen die beschermde natuurwaarden ineens een behoorlijke sta in de weg zijn.

De Flora- en faunawet bevat bepalingen voor de bescherming van soorten (planten en dieren). Voor de bouwpraktijk is het belangrijkste dat men beschermde soorten niet mag doden of verontrusten, althans niet zonder ontheffing. Zo’n ontheffing is soms niet makkelijk te krijgen (of helemaal niet). Vanuit het project moeten dan maatregelen genomen worden om te voorkomen dat sprake is van doden of verontrusten. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het onklaar maken van bestaande vleermuisverblijven en realiseren van (bijvoorbeeld) nieuwe verblijven, het ophangen van (nep)nesten voor vogels of het verplaatsen van vissoorten of planten. Die maatregelen zijn vaak seizoensafhankelijk. Zo kun je een vleermuisverblijf niet onklaar maken tijdens hun winterslaap en is verplaatsing van vissen afhankelijk van de temperatuur van het water. In zijn algemeenheid mag er meestal geen bomenkap plaatshebben in het broedseizoen en als vogels, zoals de huismus, broeden op daken, kunnen die gedurende de broedperiode niet worden gesloopt.

De aanwezigheid van beschermde soorten kan dus vertraging opleveren van het werk, tenminste als men niet van tevoren alles goed door een deskundige in beeld heeft laten brengen. Veldbezoeken, in de juiste jaargetijden!, zijn wat dat betreft essentieel.

De Natuurbeschermingswet 1998 beschermt gebieden. De belangrijkste zijn de Natura 2000-gebieden. Daarvan zijn er maar liefst 163 in Nederland dus er ligt er altijd wel eentje in de buurt. Die gebieden zijn aangewezen voor bepaalde habitattypen en daarvan afhankelijke soorten. Voor die habitattypen en soorten geldt een instandhoudingsdoel. Een project mag het bereiken van dat doel niet in gevaar brengen. Dat kan gebeuren als het gebied wordt aangetast, fysiek, omdat de weg er doorheen gaat, maar ook door projecteffecten van buiten het gebied, zoals extra geluidbelasting of stikstofdepositie. Zodra er een Natura 2000-gebied in het geding is, moet onderzoek worden gedaan. Let op, het kan ook om verder weg gelegen gebieden gaan, bijvoorbeeld omdat de nieuwe weg op wegen langs dat gebied veel extra verkeer genereert. In een voortoets wordt gekeken of het project significante effecten kan hebben op het gebied. Als dat risico bestaat volgt een Passende Beoordeling.

Blijkt daaruit dat inderdaad sprake is van significante effecten dan moet compensatie plaatsvinden. Die is aan strenge eisen gebonden. Compensatie hoeft niet wanneer door mitigerende maatregelen wordt voorkomen dat het effect plaatsheeft, zoals het gebruik van stil asfalt bij extra geluidbelasting of het plaggen van gronden bij extra stikstofdepositie. Je kunt niet zomaar een maatregel nemen, duidelijk moet zijn wat precies het effect ervan is en dat de maatregel op tijd – voor het ontstaan van de schade – wordt genomen. In de praktijk blijkt het zeker bij stikstofdepositie een flinke puzzel om een goede maatregel te vinden.

Dit blogbericht is als column verschenen in het vaktijdschrift Grond/Weg/Waterbouw.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door