Terug naar overzicht
Kennis

De ondertekening van het ‘Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’ is een feit!

graafmachineOp 17 maart jl. hebben de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, de vereniging het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het ‘Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’ ondertekend. Ook is op 17 maart jl. het ‘Beleidsdocument behorende bij het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’ vastgesteld door bestuurders van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, provincies, gemeenten en waterschappen. Het nieuwe Convenant is de opvolger van het 'Convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties 2010-2015' dat eindigt op 31 december 2015.

De ambitie uit het 'Convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties 2010-2015'

In het 'Convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties 2010-2015' hebben partijen vastgelegd dat zij zullen bewerkstelligen dat in alle gevallen van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering bij huidig gebruik spoedeisend is wegens humane risico’s, uiterlijk in 2015 een noodzakelijke sanering zal hebben plaatsgevonden dan wel tijdelijke beveiligingsmaatregelen zullen zijn genomen waarmee de risico’s afdoende worden beheerst. Daarnaast is vastgelegd dat bevoegde overheden Wbb alsmede de waterschappen uiterlijk op 31 december 2015 een overzicht gereed zullen hebben van de spoedlocaties waar sprake is van overige risico’s (ecologie en/of verspreiding).

Waar staat Nederland nu?

Uit een in oktober 2014 uitgevoerde inventarisatie blijkt dat er in Nederland nog ongeveer 250.000 locaties zijn waar mogelijk sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. Bij 1518 van deze locaties leidt het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging tot zodanige risico’s voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Bij 118 locaties is sprake van alleen humane risico’s, bij 1091 locaties is er alleen een verspreidingsrisico en bij 120 locaties is sprake van alleen ecologische risico’s. Daarnaast zijn er 163 locaties met humane risico’s in combinatie met risico's verspreiding en/of ecologie en 26 locaties met verspreidingsrisico’s in combinatie met ecologische risico’s.

Bron: CBS, PBL, Wageningen UR (2015). Aantal (spoed)locaties bodemverontreiniging, inventarisatie oktober 2014 (indicator 0258, versie 16, 9 januari 2015). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

De ambitie uit het ‘Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’

In het ‘Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’ hebben partijen onder meer de ambitie uitgesproken dat aan het eind van de convenantperiode (i) de gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane, ecologische of verpreidingsrisico’s (spoedlocaties) zijn gesaneerd of in elk geval de risico’s zijn beheerst en (ii) in nader te bepalen gebieden minimaal de hoofdlijnen van een gebiedsgericht beheer van (ernstige) grondwaterverontreinigingen zijn vastgesteld. De in Nederland nog aanwezige 1518 spoedlocaties moeten derhalve voor eind 2020 zijn aangepakt.

Aanpak diffuse verontreinigingsproblematiek

De onaanvaardbare humane risico’s komen onder andere voor in gebieden met diffuse bodemverontreiniging. Dit is een verontreiniging die is ontstaan door een diffuse belasting van de bodem, waardoor deze niet kan worden teruggevoerd op één of enkele specifieke bronnen. Kenmerkend is dat de diffuse verontreiniging zich veelal voordoet in een groot gebied met daarbinnen soms relatief grote concentratieverschillen. Met name een aantal (oude) binnensteden van Nederland hebben te kampen met deze diffuse verontreinigingsproblematiek. In het ‘Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’ is vastgelegd dat de bevoegde overheden Wbb bewerkstelligen dat in gebieden met diffuse bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane risico’s helderheid bestaat over in dat gebied op te volgen gebruiksadviezen, teneinde deze risico’s te minimaliseren. De gebruiksadviezen moeten worden vastgelegd in voor een ieder raadpleegbare documenten. Indien de onaanvaardbare humane risico’s niet door het opvolgen van gebruiksadviezen tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, moeten de bevoegde overheden Wbb er zorg voor dragen dat deze risico’s zo spoedig mogelijk worden beheerst.

Bron: de tekst van het ‘Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’en het ‘Beleidsdocument behorende bij het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020’ zijn te raadplegen via https://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bodemconvenant/convenanten/

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door