Terug naar overzicht
Kennis

Kamerbrief over Aanvullingswet grondeigendom

  •  · 

scrollOp 25 november 2015 heeft de minister van IenM de Tweede Kamer geïnformeerd over de visie van het kabinet over het grondbeleid in de Omgevingswet. Onteigening, herverkaverling en voorkeursrecht zijn nu nog geregeld in verschillende wettelijke regimes. Met de Aanvullingswet wil de minister deze instrumenten voor grondbeleid onderbrengen in de Omgevingswet. Grote verandering is dat de onteigeningsbeschikking in de bestuurlijke kolom zal worden ondergebracht. 

Onteigening

Het kabinet wil een regeling tot stand brengen voor onteigening die beter aansluit bij de gangbare procedures in het omgevingsrecht. Er zal een scherper onderscheid komen tussen het publiekrechtelijke spoor, waarin de onteigeningsbeschikking tot stand komt, en het civielrechtelijke spoor, waarin de schadeloosstelling wordt vastgesteld. De onteigeningsbeschikking zal worden genomen en getoetst binnen de bestuursrechtelijke kolom. Niet langer hoeft de Kroon de onroerende zaken bij Koninklijk Besluit ter onteigening aan te wijzen. Bestuursorganen op verschillende niveaus krijgen deze bevoegdheid zelf. Hiermee wordt aangesloten bij het uitgangspunt van de Omgevingswet dat elke overheid de beschikking krijgt over de benodigde instrumenten om haar eigen omgevingsbeleid uit te voeren.

De onteigeningsbeschikking zal met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb worden voorbereid en de huidige criteria algemeen belang, noodzaak en urgentie zullen moeten worden gemotiveerd. Er zal een onafhankelijke commissie worden ingesteld die het bestuursorgaan formeel zal adviseren over de beschikking. Beroep tegen de beschikking is mogelijk bij de bestuursrechter. Het eigendom gaat over door inschrijving van de onherroepelijke onteigeningsbeschikking – in het geval geen beroep is ingesteld tegen de beschikking – of door inschrijving van de uitspraak van de (hoogste) bestuursrechter over de beschikking. De toetsing door de civiele rechter van het onteigeningsbesluit van de Kroon is in dit stelsel niet langer nodig en vervalt. Voorwaarden voor inschrijving blijven dat de planologische grondslag onherroepelijk is, dat de plaatsopneming door de deskundigen gereed is en dat het voorschot op de schadeloosstelling is betaald. De schadeloosstellingsprocedure blijft bij de civiele rechter. Deze dient de schadeloosstelling zelfstandig vast te stellen, ongeacht de aangeboden schadeloosstelling.

Voorkeursrecht

In de Omgevingswet zal ook het voorkeursrecht een plaats krijgen. Het instrument wordt vereenvoudigd en verbeterd. Daarbij heeft het kabinet het voornemen om het voorkeursrecht in te passen als afzonderlijk instrument in de Omgevingswet, te weten een zelfstandige voorkeursrechtbeschikking. Daarbij zal zoveel als mogelijk worden aangesloten bij de gedoogplichtbeschikking uit de Omgevingswet en de onteigeningsbeschikking. Ook wil de minister de regeling voor het intrekken van het voorkeursrecht aanpassen, omdat in huidige situaties de eigenaar soms tot wel 16 jaar niet vrij over zijn grond kan beschikken.

Herverkaveling

Het instrument van vrijwillige stedelijke herverkaveling zal aan de Omgevingswet worden toegevoegd. Het kabinet ziet stedelijke herverkaveling in de eerste plaats als een instrument van en voor eigenaren om hun initiatieven zoveel mogelijk op eigen kracht en in onderlinge samenwerking te realiseren. Het instrument zal het voor eigenaren makkelijker maken om een en ander zelf te regelen door onderling te ruilen. Afdwingbare stedelijke herverkaveling acht het kabinet onwenselijk omdat dit een grote inbreuk op het eigendomsrecht en tot gevolg kan hebben dat private partijen zouden worden gedwongen om risicodragend te participeren in herontwikkeling. Een partij zou hierdoor in een slechtere positie kunnen komen dan wanneer onteigening had plaatsgevonden.

Het voornemen van de minister is om het wetsvoorstel in 2017 in te dienen bij de Tweede Kamer. Het kabinet streeft ernaar om de Aanvullingswet gelijktijdig met de Omgevingswet in 2018 in werking te laten treden, waarbij de Aanvullingswet opgaat in de Omgevingswet.

Bron: Kamerbrief 25 november 2015

Deel dit artikel via