Terug naar overzicht
Kennis

Kamervragen over de Omgevingswet beantwoord door de Minister van I&M.

  •  · 
stadsontwikkeling

Op 3 juni 2015 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu  per brief  de vragen beantwoord die gesteld zijn in de eerste termijn van het wetgevingsoverleg Omgevingswet. In de beantwoording passeren twee thema’s veelvuldig de revue; “(milieu)beginselen” en de “Ladder voor duurzame verstedelijking”.

(Milieu)beginselen Door de kaderstellende functie van het beleid hebben de beginselen betekenis voor concreet beleid en concrete bevoegdheden, zonder dat de beginselen daarin direct juridisch doorwerken. In artikel 3.2a is gekozen voor een letterlijke overname van de beginselen van het milieubeleid van de Europese Unie. Twee beginselen, het beginsel dat de vervuiler betaalt en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de dienen te worden bestreden, gelden gezien de verwoording alleen voor het milieubeleid. Het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen zijn algemeen verwoord. Deze twee beginselen gelden ook voor onderdelen van de fysieke leefomgeving die niet tot het milieu behoren.

Een aantal andere beginselen gaan een belangrijke rol spelen bij de uitvoeringsregelgeving. Soms zal ook bepaald worden dat beginselen betrokken moeten worden bij bepaalde bevoegdheden. Zo zal het voorzorgsbeginsel tot uitdrukking komen in de beoordelingsregels voor vergunningen bij de Natura 2000-activiteit. Het beginsel van geen achteruitgang (‘standstill’) is uitgewerkt in verschillende EU-richtlijnen.  Tot slot spelen beginselen zoals het profijtbeginsel en ‘de vervuiler betaalt’ een rol bij de financiële bepalingen in de uitvoeringsregelgeving. Die zorgen er bijvoorbeeld voor dat de kosten als gevolg van een initiatief zoveel mogelijk op de initiatiefnemer drukken.

Ladder voor duurzame verstedelijking Uit de beantwoording volgt dat de Minister voornemens is om de ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Verder laat de Minister weten er alles aan te gaan doen om te voorkomen dat  de ladder door een te strikte toepassing averechts werkt in transformatie- en herstructureringsgebieden. Dit is ook toegelicht in de nota naar aanleiding van het nader verslag. Het geldende rijksbeleid behelst dat vraaggerichte programmering wordt bevorderd. Daarmee moet overprogrammering, ongewenste versnippering en leegstand worden voorkomen. De ladder is hiervoor het belangrijkste instrument en de inhoudelijke invulling hiervan ligt volledig bij de decentrale overheden. Vooral bij de gemeenten maar de provincies spelen hierin ook een rol. De ladder maakt duidelijk dat regionale afstemming nodig is dus de aanjager van bestuurlijke samenwerking. Verder wordt de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening nog vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangepast. Daarbij zal de regering in ieder geval het begrippenkader beter toelichten en – indien nodig – verder aanscherpen.

Voor de overige vragen en antwoorden: Brief van de minister van Infrastructuur en Milieu

Deel dit artikel via