Terug naar overzicht
Kennis

Wijziging van de regelgeving omtrent vergunningvrij bouwen voorgesteld

  •  · 
binnentuinDrie jaar na de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is een voorstel tot wijziging van het systeem van vergunningvrij bouwen, zoals opgenomen in het Besluit omgevingsrecht, voorgelegd aan de vaste commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening. De voorgestelde wijzigingen zullen de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen enerzijds uitbreiden, en anderzijds beperken.

Voor de bouwmogelijkheden genoemd in Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) is geen vergunning vereist. Daarbij dient wel te worden voldaan aan enkele randvoorwaarden. Zo kunnen bijbehorende bouwwerken, dakkapellen, dakramen, zonnepanelen, kozijnen, zonwering, rolluiken, afscheidingen tussen balkons en perceelafscheidingen op grond van de artikelen 2 en 3 van Bijlage II bij het Bor vergunningvrij worden gebouwd, indien aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Op 31 oktober 2013 heeft minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu de vaste commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening geïnformeerd over het voorstel tot wijziging van het systeem van vergunningvrij bouwen. Uit het gevoerde schriftelijke overleg zijn een aantal aanpassingen voortgevloeid. Tijdens het schriftelijke overleg kwam met name de zorg naar voren dat de mogelijkheden tot vergunningvrij bouwen die de wijzigingen bieden zouden kunnen leiden tot het volbouwen van binnenterreinen die juist met inzet van publieke stadsvernieuwingsmiddelen zijn gesaneerd en opgeknapt (zie Kamerstukken I 2013/14, 32 127, AK).

Nieuwe berekeningssystematiek

De belangrijkste wijziging die de minister voorstelt is een nieuwe berekeningssystematiek voor de toegelaten oppervlakte aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Naar aanleiding van vragen vanuit de vaste commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening wordt het oorspronkelijke voorstel van eenduidige maatvorming, om het bij een oorspronkelijk hoofdgebouw behorende achtererfgebied tot een procentueel maximum van 50% en een absolute oppervlakte van 100 m2 te kunnen bebouwen, aangepast. Voor kleinere percelen, waarvan een achtererfgebied niet groter is dan 100 m2, wordt de norm van 50% aanvaardbaar geacht. Voor omvangrijkere percelen wordt een bebouwingspercentage van 50% te groot geacht, terwijl tegelijkertijd bij die percelen een absolute oppervlakte van 100 m2 te beperkt wordt geacht. Over de precieze maatvoering die zal worden gehanteerd vinden op dit moment nog de laatste gesprekken plaats.

Bijbehorende bouwwerken hoger dan 3 meter

Voorts wordt het mogelijk gemaakt om bijbehorende bouwwerken te bouwen die hoger zijn dan 3 meter, mits deze een schuin dak bezitten. Het gaat om een bouwmogelijkheid binnen de categorie van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken die niet aan het bestemmingsplan behoeft te voldoen. Deze vergunningvrije bijbehorende bouwwerken mogen onder de huidige regeling, op een afstand van meer dan 2,5 m van het hoofdgebouw, niet hoger zijn dan 3 m. Het ontwerpbesluit maakt het, met een aanpassing van de genoemde afstand van 2,5 m naar 4 m, mogelijk om deze bouwwerken te bouwen tot een hoogte van maximaal 5 m. Deze randvoorwaarde beoogt te voorkomen dat een ontoelaatbare inbreuk op de bezonningssituatie op belendende percelen ontstaat of dat andere architectonisch onwenselijke situaties ontstaan.

Uitbreiden van een bestaand bijbehorend bouwwerk

Daarnaast wordt, in vervolg op enkele uitspraken van de Raad van State door het wijzigingsvoorstel duidelijkheid verschaft over de mogelijkheid om vergunningvrij een bestaand bijbehorend bouwwerk uit te breiden. Met de toevoeging van de woorden ‘of uitbereiding daarvan’ in de artikelen 2, lid 3 en 3, lid 1 wordt verwoord dat ook voor de uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied geen omgevingsvergunning is vereist, mits aan de daar genoemde randvoorwaarden is voldaan.

Deel dit artikel via