Terug naar overzicht
Kennis

Didam raakt ook huur- en pachtovereenkomsten

In het Didam-arrest is bepaald dat overheidslichamen mededingingsruimte moeten bieden bij de uitgifte van grond. In twee recente uitspraken is geoordeeld dat deze ruimte ook moet worden geboden bij het aangaan van huur- en pachtovereenkomsten. Wat waren de overwegingen van de rechter?

Didam en huur

Op 15 december 2022 oordeelde de rechtbank Midden-Nederland in een kortgedingprocedure tussen de gemeente Nieuwegein en vijf supermarktketens voor het eerst dat de overheid ook bij de (tijdelijke) verhuur van onroerende zaken toepassing dient te geven aan de voorschriften uit het Didam-arrest (ECLI:NL:RBMNE:2022:5402). De gemeente had in deze zaak een huurovereenkomst gesloten met Aldi Vastgoed met betrekking tot een stuk onbebouwde grond, zonder dat zij vooraf mededingingsruimte had geboden aan andere geïnteresseerde huurders. De voorzieningenrechter veroordeelde deze handelwijze en verbood de gemeente uitvoering te geven aan de huurovereenkomst met Aldi Vastgoed. De gemeente had ook de andere geïnteresseerde partijen een gelijke kans moeten bieden op het verkrijgen van de positie van huurder. Nu zij dit heeft nagelaten, heeft de gemeente gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel en dat is onrechtmatig tegenover de supermarkten.

Zowel de gemeente als de supermarkten kwamen tegen dit vonnis in hoger beroep. De gemeente was echter niet-ontvankelijk, omdat zij niet beschikte over een rechtsgeldig procesbesluit. Een inhoudelijk oordeel van het hof over de toepassing van het Didam-arrest op huurovereenkomsten bleef dan ook uit (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:11197). De gemeente heeft binnen de beroepstermijn nog een keer hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 15 december 2022. De mondelinge behandeling van dit hoger beroep staat gepland op 6 februari 2023. Het hof zal vermoedelijk eind februari een inhoudelijk oordeel geven.

Didam en pacht

Uit een uitspraak van de pachtkamer van 10 januari 2023 blijkt dat het Didam-arrest zich ook uitstrekt over door de overheid gesloten (en te sluiten) pachtovereenkomsten (rechtbank Noord-Nederland, Pachtkamer, locatie Leeuwarden 10 januari 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:82). In deze procedure lag de vraag voor of tussen een agrariër en de gemeente Veendam een pachtovereenkomst tot stand was gekomen. De gemeente stelde zich op het standpunt dat dit niet het geval was, en deed daarbij onder meer een beroep op het Didam-arrest. Zij voerde aan dat het haar niet was toegestaan de grondpositie één op één aan de betreffende agrariër te gunnen, zonder vooraf een openbare selectieprocedure te organiseren. De pachtkamer ging hier niet in mee en oordeelde dat het vertrouwensbeginsel in dit geval zwaarder woog dan het gelijkheidsbeginsel. Daarbij werd van belang geacht dat de pachtovereenkomst volgens de pachtkamer medio 2020 tot stand was gekomen, ruim voordat het Didam-arrest werd gewezen. Bij de totstandkoming van de pachtovereenkomst hebben partijen dan ook geen rekening kunnen houden met de procesregels die de Hoge Raad in dat arrest heeft geformuleerd. Onder die omstandigheden heeft de agrariër erop mogen vertrouwen dat de gemeente haar verplichtingen uit hoofde van de pachtovereenkomst zou nakomen. Hoewel het beroep van de gemeente op het Didam-arrest dus geen stand hield, bevestigt deze uitspraak wel dat ook pachtovereenkomsten onder de reikwijdte van het Didam-arrest vallen.

Breder bereik Didam-arrest

Deze uitspraken zijn een bevestiging van het eerder in literatuur en rechtspraak ingenomen standpunt dat het Didam-arrest , een breder bereik heeft dan alleen de verkoop van onroerende zaken door de overheid. Deze uitspraken laten zien dat de voorschriften uit het Didam-arrest ook van toepassing zijn op huur- en pachtovereenkomsten.  

Bronnen

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door