Nieuws

Belastingdienst wint spraakmakende zaak tegen trustkantoor en trustbestuurders

Pels Rijcken heeft de Belastingdienst bijgestaan in een principiële zaak tegen een trustkantoor en twee van de voormalige bestuurders.

Pels Rijcken heeft de Belastingdienst bijgestaan in een principiële zaak tegen een trustkantoor en twee van de voormalige bestuurders waarin de rechtbank Amsterdam op 14 februari 2018 een groot deel van de vorderingen van de Belastingdienst heeft toegewezen. De zaak betreft de vraag naar de aansprakelijkheid voor (betrokkenheid bij) het opzetten van constructies waarmee belastingontduiking door cliënten van het trustkantoor is gefaciliteerd: (i) zogenaamde kasgeldvennootschappen zijn "leeggehaald" en (ii) buitenlandse vennootschappen zijn aan het zicht van de Belastingdienst onttrokken. De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 15 februari jl. voor recht verklaard dat het trustkantoor Tradman, dat inmiddels tot de TMF-groep behoort, en twee van haar (voormalige) bestuurders in zoverre onrechtmatig jegens de Belastingdienst hebben gehandeld.

Het vonnis bevat diverse overwegingen die ook voor toekomstige procedures (in de trustsector) zeer relevant zijn. Zo oordeelt de rechtbank dat de omstandigheid dat de termijn voor oplegging van een aanslag aan de oorspronkelijke belastingplichtige is verstreken, niet in de weg staat aan een civiele aansprakelijkstelling voor de schade die de Belastingdienst juist door het onmogelijk maken van (tijdige) belastingheffing lijdt. Ook vult de rechtbank het toetsingskader voor de beoordeling van de dienstverlening door trustkantoren nader in. De rechtbank Amsterdam overweegt in dat kader dat de trustsector bij het ontwerpen van (fiscale) constructies die belastingontwijking faciliteren het belang van "van een richtige belastingheffing mede in zijn overwegingen [dient] te betrekken",waarbij het legaliteitsbeginsel leidend is. Een trustkantoor dient zich "met het oog op de belangen van de Belastingdienst ervan te onthouden adviezen te geven of diensten te verlenen die op belastingontduiking zijn gericht, of waaraan in de gegeven omstandigheden het serieus te nemen risico is verbonden dat deze voor belastingontduiking zullen worden gebruikt".

De (hoogte van de) schade die de Belastingdienst als gevolg daarvan heeft geleden kan en moet nog in een afzonderlijke schadestaatprocedure worden bepaald. Naar oordeel van de rechtbank kan in het geval de belastingaanslag niet tijdig is vastgesteld, de schade worden geschat op de voet van artikel 6:97 BW. Voor een aansprakelijkstelling is het niet noodzakelijk dat de onderliggende belastingschuld van de belastingplichtige al op juiste wijze in een belastingaanslag is vastgelegd.

De Belastingdienst is in deze procedure bijgestaan door Wemmeke Wisman, Rob Gehring, Willem Braams en Claire Wiltink.