Nieuws

Eerste Nederlandse wetgeving Business and Human Rights

Op 14 mei 2019 heeft de Eerste Kamer het initiatiefvoorstel Wet zorgplicht kinderarbeid (hierna: de wet) van Tweede Kamerlid Kuiken (PvdA) aangenomen. Met deze wet is de eerste Nederlandse wetgeving op het gebied van Business and Human Rights (BHR) een feit. De wet doet denken aan wetgeving op het gebied van BHR in Frankrijk (Devoir de Vigilance) en Engeland (Modern Slavery Act). De Nederlandse wet is qua onderwerp beperkter in werkingssfeer, maar heeft hardere sancties dan de Engelse en Franse wetgeving.  

De wet in het kort:

  • De wet introduceert de verplichting voor ondernemingen om door middel van due diligence te onderzoeken of er een redelijk vermoeden bestaat dat te leveren goederen of diensten met behulp kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Het onderzoek moet zien op de gehele supply chain (bij de Franse wet is onduidelijk in hoeverre dat het geval is);
  • Alle ondernemingen die goederen en diensten leveren aan de Nederlandse markt vallen onder de werking van de wet, dus ook buitenlandse ondernemingen en ondernemingen die alleen online opereren;
  • Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van kinderarbeid in de supply chain, dient de onderneming een plan van aanpak op te stellen en uit te voeren. De eisen aan dit onderzoek en het plan van aanpak zullen bij Algemene Maatregel van Bestuur (hierna: AMvB) worden vastgesteld. Indien de onderneming hieraan voldoet wordt ‘gepaste zorgvuldigheid betracht’;
  • Het partij zijn bij een van de Nederlandse International Verantwoord Ondernemen Convenanten levert een vermoeden op dat ‘gepaste zorgvuldigheid’ wordt betracht;
  • Ondernemingen moeten verklaren dat zij de ‘gepaste zorgvuldigheid betrachten’ om te voorkomen dat de goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand komen en deze verklaring in het handelsregister inschrijven en aan de toezichthouder sturen;
  • Bij AMvB wordt een toezichthouder in het leven geroepen om toezicht te houden op de naleving van de wet. De toezichthouder publiceert de verklaring van ondernemingen op een website en in een openbaar register;
  • Ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon wiens belangen geraakt worden door het doen of laten van een onderneming bij het niet naleven van de wet kan een klacht indienen bij de toezichthouder;
  • Sancties op het niet naleven van deze wet zijn verstrekkend. De toezichthouder dient bij een gegronde klacht eerst een bindende aanwijzing te geven. Vervolgens kan de toezichthouder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 830.000. Indien een onderneming meerdere keren is beboet onder feitelijk leiding van eenzelfde bestuurder, kan de bestuurder ook strafrechtelijk worden vervolgd;
  • De wet zal op een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip in werking treden, maar niet eerder dan 1 januari 2020.

Heeft u vragen over deze wet? Neemt u dan contact op met Martijn Scheltema of Claire Huijts. De praktijkgroep Business Human Rights helpt u graag verder.