Nieuws

Grootschalige grondwaterverontreiniging

De verontreiniging die zich nog steeds verspreidt leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Indien het bodemvolume grondwater dat wordt ingesloten door de contour van de interventiewaarde groter is dan 6.000 m³, kan worden aangenomen dat de mate van verspreiding zodanig is dat deze volgens de Circulaire bodemsanering vanwege de onbeheersbaarheid van de situatie en gezien de gevolgen voor mens, plant of dier onaanvaardbaar is. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 april 2014.

Beschikking ernst en spoed

Bij besluit van 27 juli 2012 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland vastgesteld dat ter plaatse van de percelen aan de Prins Bernhardlaan 1 te Alphen aan den Rijn een geval van ernstige bodemverontreiniging is, waarvan spoedige sanering noodzakelijk is aangezien het bodemvolume dat wordt ingesloten door de interventiewaarde contour in het onderhavige geval in het grondwater groter is dan 6.000 m3, namelijk 17.000 m3.

Tussenuitspraak

Green Development is tegen de beschikking ernst en spoed opgekomen. Green Development heeft bij de Afdeling betoogd dat een verspreidingsrisico, zonder daarbij de risico's voor mens, plant of dier vast te stellen, geen reden is om te oordelen dat spoedige sanering noodzakelijk is. Volgens Green Development is de Circulaire bodemsanering op dit punt in strijd met artikel 37 lid 1 Wbb.

Bij tussenuitspraak van 14 augustus 2013, nr. 201208891/1/A4, heeft de Afdeling geoordeeld dat het college heeft nagelaten in het besluit van 27 juli 2012 deugdelijk te motiveren waarom in dit geval de geconstateerde verspreidingsrisico's van de verontreiniging leiden tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. De Afdeling heeft het college opgedragen dit gebrek te herstellen.

Einduitspraak

Het college heeft nader gemotiveerd dat er op grond van de Circulaire bodemsanering sprake is van een onbeheersbare situatie indien tengevolge van verspreiding van verontreiniging in het grondwater het bodemvolume dat wordt ingesloten door de interventiewaarde contour in het grondwater groter is dan 6.000 m3. Pluimen met één of meer stoffen in een gehalte boven de interventiewaarde die een bodemvolume beslaan dat groter is dan 6.000 m3 tasten, ongeacht het huidige of voorgenomen gebruik van de bodem, de functionele eigenschappen van het grondwater voor mens, plant en dier ernstig aan. Aangezien in het geval Alphen aan den Rijn volume grondwater boven de interventiewaarde is verontreinigd, is er sprake van onaanvaardbare risico's van verspreiding en derhalve van risico's voor mens, plant of dier.

De Afdeling oordeelt dat volgens de Circulaire bodemsanering bij een bodemvolume van meer dan 6.000 m³ grondwater dat wordt ingesloten door de interventiewaardecontour, kan worden aangenomen dat een voor 1987 veroorzaakte verontreiniging zich nog verspreidt en dat het gaat om een onbeheersbare situatie in welk geval zich onaanvaardbare risico's van verspreiding van verontreiniging voordoen. Aangezien het bodemvolume grondwater dat wordt ingesloten door de contour van de interventiewaarde in het geval Alphen aan den Rijn groter is dan 6.000 m³, te weten 17.000 m3, is de mate van verspreiding zodanig dat deze volgens de Circulaire vanwege de onbeheersbaarheid van de situatie en gezien de gevolgen voor mens, plant of dier onaanvaardbaar is.

Volgens de Afdeling heeft het college zich op grond van de verrichte standaardrisicobeoordeling met juistheid op het standpunt gesteld dat de mate van verspreiding van de verontreiniging zodanig is dat, gezien de risico's voor mens, plant of dier, spoedige sanering noodzakelijk is.

Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland werd bij het formuleren van de nadere motivering bijgestaan door Willem Braams en Katrien Winterink.

Bronnen:
AbRvS 9 april 2014, nr. 201208891/2/A4
AbRvS 4 augustus 2013, nr. 201208891/1/A4