Nieuws

Ontpoldering Hertogin Hedwigepolder mag doorgaan

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft alle beroepen tegen het rijksinpassingsplan ‘Hertogin Hedwigepolder’ ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 12 november 2014. Beroep was ingesteld door Stichting Red Onze Polders, de heer G. de Cloedt, eigenaar van de Hedwigepolder, en een aantal pachters van de polder. Dit betekent dat de Hedwigepolder, na aankoop/onteigening door de Staat, onder water kan worden gezet voor de aanleg van 295 hectare nieuwe natuur.

Project
Het rijksinpassingsplan maakt de realisatie van 295 hectare nieuwe estuariene natuur mogelijk. Het project draagt bij aan het herstel van het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Door de Hedwigepolder onder water te zetten krijgt de Westerschelde meer ruimte en kunnen getijdestromen ontstaan. Bij vloed stroomt het gebied onder water, bij eb vloeit het water weer terug. In het gebied, dat nu in landbouwkundig gebruik is, zullen slikken en schorren ontstaan waarop zeldzame planten en dieren leven die bij de oorspronkelijke zoet-zout natuur van de Westerschelde horen. Voor de uitvoering van het rijksinpassingsplan zijn diverse uitvoeringsbesluiten genomen, zoals watervergunningen en natuurvergunningen.

Beroepen ongegrond
De beroepen van Stichting Red Onze Polders, de eigenaar van de polder en anderen hadden onder meer betrekking op nut en noodzaak van het project, de natuurontwikkeling die zal plaatsvinden na de ontpoldering, het alternatievenonderzoek en de effecten van het project op de reeds aanwezige natuurwaarden en flora en fauna. Appellanten betwijfelen vooral of zich getijdennatuur zal ontwikkelen in de polder nadat die onder water is gezet. Volgens hen zal de polder snel dichtslibben en wordt het doel van het rijksinpassingsplan, natuurontwikkeling, daardoor niet gehaald.

De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat er in de afgelopen jaren voldoende onderzoeken zijn gedaan naar mogelijke alternatieven, waarbij de ontpoldering van de Hedwigepolder ook niet zonder meer als uitgangspunt is genomen. Nu ontpoldering in vergelijking met de alternatieven het meest gunstig is uit het oogpunt van natuurherstel, mochten de minister en de staatssecretaris dit als uitgangspunt nemen bij hun besluit, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

De Afdeling bestuursrechtspraak is verder van oordeel dat hoewel niet duidelijk is "wat het precieze tempo is waarin de verschillende habitattypen zich zullen ontwikkelen" de staatssecretaris zich op het standpunt mocht stellen dat het rijksinpassingsplan zal bijdragen aan de uitbreiding van de getijdennatuur in het gebied.

Lange voorgeschiedenis
Nederland heeft in december 2005 met het Vlaams Gewest een verdrag gesloten waarin onder meer is vastgelegd dat Nederland langs de Westerschelde werken uitvoert ter realisatie van 600 hectare estuariene natuur. 295 hectare van die 600 hectare dienen te worden gerealiseerd door ontpoldering van de Hedwigepolder. De ontpoldering van de Hedwigepolder stuitte op de nodige weerstand bij diverse partijen, met name in de provincie Zeeland. Om die reden is ook na de oorspronkelijke planvorming meermaals onderzoek uitgevoerd naar mogelijk alternatieve vormen van natuurherstel in de Westerschelde en is het project een aantal malen stilgelegd. Het kabinet Rutte II heeft in het regeerakkoord opgenomen dat voor het natuurherstel van de Westerschelde de Hedwigepolder wordt ontpolderd. Met het onherroepelijk worden van dit rijksinpassingsplan en de zes uitvoeringsbesluiten, mag de polder onder water worden gezet.

Vervolg
Voordat de Hedwigepolder onder water kan worden gezet moet de polder worden aangekocht door de Staat. De Staat tracht de benodigde percelen minnelijk te verwerven. Als dat niet lukt, dan zullen deze worden onteigend. Inmiddels is het verzoek om de percelen ter onteigening aan te wijzen bij de Kroon in behandeling. Een beslissing op dat verzoek wordt medio december a.s. verwacht.

Hans Besselink en Moniek Heerings hebben in deze zaak de minister van IenM, de staatssecretaris van EZ, gedeputeerde staten van Zeeland en het dagelijks bestuur van het waterschap bijgestaan. Monique Rus en Moniek Heerings staan de Staat bij in de onteigeningsprocedure.

Bron: AbRvS 12 november 2014, nr. 201402491/1/R6