Terug naar overzicht
Kennis

Kennisgeven van een ontwerp voor een ruimtelijk besluit, hoe zit het ook alweer?

krant

Het is oppassen geblazen bij een ontwerpbestemmingsplan dat wordt gepubliceerd in een naburige gemeente. In dat geval is het, ook als het plangebied vlakbij de gemeentegrens ligt, voldoende om kennis van het ontwerp te geven in de Staatscourant en in een nieuwsblad of huis-aan-huisblad dat enkel in de gemeente wordt verspreid dat het bestemmingsplan vaststelt. Belanghebbenden die in een soortgelijke situatie worden geconfronteerd met een omgevingsvergunning strijdig gebruik hoeven echter minder op hun tellen te passen. In geval van een omgevingsvergunning strijdig gebruik, moet van het besluit namelijk wél in de naburige gemeente worden kennisgeven, zo oordeelde de Afdeling op 4 maart.

Wetsgeschiedenis

Bij het kennisgeven van een ontwerpbesluit is een aantal artikelen van belang. Op grond van artikel 3:44, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb is artikel 3:12 eerste lid, van toepassing op de mededeling van het besluit. Bij de toepassing van artikel 3:12, eerste lid, van de Awb komt het college een zekere vrijheid toe, mits een geschikte wijze van kennisgeving van het ontwerpbesluit plaatsvindt. Uit de toelichting op dit wetsartikel volgt dat het bestuursorgaan vrij is in de keuze van de bladen waarin de kennisgeving wordt geplaatst, maar daarbij het met de kennisgeving beoogde doel voor ogen dient te houden: het bereiken van dat deel van het publiek dat redelijkerwijs geacht kan worden belang te hebben bij het te nemen besluit. Daarbij geldt de voorwaarde dat de kennisgeving daadwerkelijk al diegenen kan bereiken die naar verwachting bedenkingen kunnen hebben tegen het ontwerpbesluit. Daarbij geldt het ambtsgebied van de betreffende gemeente niet als criterium, aldus de memorie van toelichting.[1]

Kennisgeving via het internet kan een geschikte wijze van kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van de Awb zijn. Uit de memorie van toelichting volgt dat op de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, echter tevens artikel 2:14, tweede lid, van de Awb van toepassing.[2] Artikel 2:14, tweede lid, en artikel 3:12, eerste lid, van de Awb dienen in onderlinge samenhang zo te worden uitgelegd dat op grond daarvan vereist is dat, in verband met de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:15, eerste lid, van een ontwerpbesluit op ten minste één niet-elektronische, geschikte wijze als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, kennis wordt gegeven, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Een en ander is bevestigd door de Afdeling.

In zowel artikel 3.12, tweede lid, onder a, van de Wabo (met betrekking tot een omgevingsvergunning) als in artikel 3.8, eerste lid, onder a, Wro (met betrekking tot een bestemmingsplan) wordt nog de aanvullende eis gesteld de kennisgeving in de Staatscourant te plaatsen. Hoe moet deze aanvullende eis worden uitgelegd?

Jurisprudentie over bestemmingsplannen

In een uitspraak van 23 april 2014 heeft de Afdeling deze aanvullende eis zo uitgelegd dat de publicatie in de Staatscourant een geschikte wijze als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb is. De Afdeling overweegt dat de Staatscourant een bron is die breed toegankelijk en kenbaar is en dat daarmee op geschikte wijze kan worden kennisgegeven.

Wat was in die zaak aan de orde? B&W van de gemeente Hengelo publiceren een ontwerp-bestemmingsplan zonder daarvan kennis te geven in de gemeente Enschede. Het plan voorziet onder meer in de uitbreiding van het zuivelbedrijf De Zuivelhoeve op het perceel Bruninksweg 5a te Hengelo, gelegen op circa 400 meter van de gemeentegrens met Enschede. Appellanten stellen dat in strijd met artikel 3:12 Awb geen kennisgeving van het ontwerpplan heeft plaatsgevonden in de gemeente Enschede. De Afdeling gaat daar niet in mee en wijst erop dat de Wro bij bestemmingsplannen, gelet op de aard en de impact daarvan, in artikel 3.8, eerste lid als aanvullende voorwaarde stelt dat de kennisgeving in de Staatscourant moet worden geplaatst en langs elektronische weg moet geschieden. Uit die voorwaarde kan worden opgemaakt dat de Staatscourant een bron is waarmee op geschikte wijze kan worden kennis gegeven van ontwerpbestemmingsplannen zodat particulieren, bedrijven en instanties die op bovengemeentelijk niveau opereren, hiervan kennis kunnen nemen. De Afdeling overweegt dat niet uit enige geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel de verplichting volgt dat in het onderhavige geval eveneens een kennisgeving in een dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad in de gemeente Enschede had moeten plaatsvinden

Uitspraak Afdeling d.d. 4 maart 2015 over een omgevingsvergunning

Aan de orde in deze uitspraak is een omgevingsvergunning strijdig gebruik verleend door B&W Rotterdam voor de oprichting van acht windmolens. Deze omgevingsvergunning is reeds op 30 augustus 2011 verleend. Daartegen is geen zienswijze ingediend. De omgevingsvergunning wordt onherroepelijk. Althans, dat leek het geval te zijn. In 2014 wordt alsnog beroep ingesteld tegen de vergunning. Appellanten stellen dat het hen niet te verwijten zou zijn dat zij niet tijdig een zienswijze hebben ingediend. Gesteld wordt namelijk dat van de ontwerp-omgevingsvergunning niet op juiste wijze is kennisgegeven. De Afdeling overweegt dat omdat niet op één niet-elektronische, geschikte wijze is kennis gegeven van het besluit, in strijd met artikel 2:14 lid 2 van de Awb is gehandeld.

Van belang is het volgende. Het windpark wordt opgericht in de gemeente Rotterdam, gelegen op circa 400 meter van Geervliet en Heenvliet. In laatstgenoemde steden zijn appellanten woonachtig. Rotterdam heeft in 2011 de kennisgeving op de gemeentelijke website, in de Staatscourant en in huis-aan-huisbladen gepubliceerd. Deze huis-aan-huisbladen worden in diverse gemeenten bezorgd, maar niet in Geervliet en Heenvliet. Is conform artikel 2:14 Awb jo 3.12 Wabo kennis gegeven van het ontwerpbesluit tot verlening van de omgevingsvergunning?

De Afdeling oordeelt dat een vergelijking met voornoemde uitspraak met betrekking tot de kennisgeving van een ontwerp-bestemmingsplan niet opgaat. De kennisgeving heeft ten onrechte niet degenen bereikt, die naar verwachting bedenkingen konden hebben. De uitkomst in benadering zou worden gerechtvaardigd door het verschil in de aard van de besluiten die met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb worden voorbereid en het belang van de rechtszekerheid die vereist dat vaststaat op welk tijdstip een bestemmingsplan in werking is getreden.

Een gerechtvaardigd verschil?

Het verschil in benadering van de Afdeling in beide uitspraken is verassend. Allereerst omdat op beide type besluiten de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is. Artikel 3.8, eerste lid, Wro – van toepassing op het bestemmingsplan – en artikel 3.12, tweede lid, Wabo – met betrekking tot de omgevingsvergunning strijdig gebruik – stellen daarnaast beide de gelijkluidende aanvullende eis: het kennisgeven van het ontwerpbesluit in de Staatscourant. Deze publicatievorm wordt in het geval van ontwerpbestemmingsplannen uitgelegd als een breed toegankelijke en kenbare bron waarmee op geschikte wijze kan worden kennisgegeven, terwijl ingeval van een ontwerp-omgevingsvergunning strijdig gebruik dat niet voldoende blijkt te zijn.

Verder wordt in de uitspraak van 4 maart jl. waarde gehecht aan het belang van rechtszekerheid dat zou vereisen dat vaststaat op welk tijdstip een bestemmingsplan in werking is getreden. Zowel in die uitspraak als in die van 23 april 2014 draaide het echter om kennisgeving van een ontwerp-besluit en was het tijdstip van inwerkingtreding dus (nog) niet aan de orde. Daarnaast zou - indien bij bestemmingsplannen inderdaad meer waarde zou moeten worden gehecht aan de rechtszekerheid dan bij omgevingsvergunningen strijdig gebruik - dit juist aanleiding moeten geven om ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan ook kennis te geven op niet-elektronische wijze in de naburige gemeente en niet te volstaan met de Staatscourant.

Bij het kennisgeven van besluiten moet dus goed worden gekeken naar de eisen die daaraan worden gesteld. Bij twijfel is het aan te raden om ook in naburige gemeente kennis te geven van het voorgenomen besluit.

Bronnen

: AbRvS 4 maart 2015, nr. 201403328/1/A1 en AbRvS 23 april 2014, nr.  201304503/1/R1. [1] Kamerstukken II 1999/2000, 27023, nr. 3, p. 14. [2] Kamerstukken II 2001-2002, 28 483, nr. 3, blz. 24 en 38.

Deel dit artikel via 

Deze publicatie is geschreven door